
Vakantie is voor iedereen anders. Voor de een is het onthaasten voor de ander is het ondernemen en nieuwe perspectieven ontdekken.
Voor ouders is het soms moeilijk om te bepalen hoe de vakantie in te vullen als kinderen opgroeien. Moeten ze mee. Mogen met vrienden op vakantie. Mag de verkering mee.
Of mogen ze alleen thuisblijven.
Grasmaaier
Voor het raam bij Starbucks zitten twee jongens: een in een polo, een met een wit loshangend overhemd achter een laptop.
“Appje van mijn vader: hij heeft geprobeerd de grasmaaier aan te zetten”, zegt de polo.
“Hij zit toch in Amerika?” vraagt het overhemd.
“Ja”, zegt de polo terwijl hij zijn telefoon weglegt.
“Hoezo zet hij vanuit Amerika zijn grasmaaier híer aan?” De andere jongen is hogelijk verbaasd.
“Het is zo’n robotding”, legt de polo uit, “nou moet ik dat hele klereneind naar zijn huis om te kijken of ie het doet. Ik heb toch vakantie.”
Hij schudt zijn hoofd. “Alleen omdat hij het zelf niet goed kan zien op de beelden van de bewakingscamera.”
Drie weken
“In de vakantie heb ik echt wel tijd vrij gemaakt. Lege agenda, zeg maar.” De man knippert onrustig met zijn ogen. “Dat hebben we afgesproken. Dus daar hou ik me dan aan.”
“Maar ze kunnen toch wel komen logeren?” zegt de oudere dame tegenover hem.
“Beter na de vakantie. Anders zegt ze weer dat ik ze bij jou dump.” Hij veegt met een zakdoekje zijn voorhoofd af.
“Het is alleen,” hij zucht, “wat moet ik godsnaam doen. Ik heb ze drie weken!”
“Je komt gewoon naar ons, naar de caravan. Is vlakbij zee, speeltuin. Gewoon ideaal” beslist zijn moeder. “Kun je me ook helpen met de voortent, die lekt.”
De man zucht opgelucht. “Oké dan.”
Afwassen
De vrouw wast af en haar zoontje van een jaar of zes droogt af.
“Wat als er een mug in mijn tent komt?” vraagt hij.
“Er komt geen mug; ik smeer je in”, antwoordt zijn moeder.
“Maar als ik nou niet kan slapen?” vraagt hij bezorgd.
“Je kunt wel slapen.”
“Maar áls?”
De vrouw stopt met het schrobben van het bbq-rooster en hurkt voor hem.
“Wil je wel zelf in een eigen tentje?” vraagt ze.
“Ja”, zegt het jongetje aarzelend.
“Als je niet kunt slapen kun je lekker luisteren naar alles op de camping. Mensen die praten en lachen. Als het echt niet gaat komt je gewoon in de caravan. Oké?”
“Oké”, zucht het jongetje.