Sociale veiligheid en visievorming op school

“Denken zonder ervaring is leeg, maar ervaring zonder denken is blind.”

Kant 1724-1804

Een van de mooie kanten van het docentschap is de afwisseling. Geen leerling, geen klas, geen les is hetzelfde. Het vraagt voortdurend aanpassen, alertheid en creativiteit. Leerlingen en groepen veranderen, leren en groeien naar volwassenheid toe. Deel uitmaken van dat proces is interessant, intrigerend, verrassend en leerzaam voor mij als docent en voor mij als mens.

Elke klas, elke groep kent zijn eigen dynamiek die bevorderend kan werken op het leren van de leerlingen. Deze dynamiek beïnvloeden is een uitdaging. Hoe krijg je leerlingen zover dat ze elkaar helpen en steunen, hoe krijg je een veilige sociale setting? 

Uit literatuur en onderzoeken blijkt steeds weer dat pesten het gevolg  is van een niet goed functionerend groepsproces, het is een hardnekkig, wijdverbreid maatschappelijk probleem, soms met ernstige gevolgen. Niet alleen voor de slachtoffers en daders is pesten schadelijk, maar ook voor de groep waarin dit gebeurt. Alleen insteken op pesten is symptoombestrijding. Als docent is het de kunst om samen met leerlingen te zorgen voor een positief klimaat in de klas. Leerlingen moet geleerd worden hoe ze kunnen samenwerken zonder iemand buiten te sluiten.

Ik vind het belangrijk om in te steken op dat wat naar mijn idee voorafgaat aan preventie, namelijk het vormen van een visie. Iedereen kent pestproblematiek; men heeft het meegemaakt of gezien. Iedereen kent wel een verhaal en iedereen heeft een mening. Juist een goed doordachte visie kan een docent helpen te weten wat nodig is, wat mogelijk is in deze ene specifieke situatie. Want iedere situatie is anders en vraagt iets anders. Een visie is in beweging en kan bijgesteld worden door in gesprek te gaan met collega’s, ouders en leerlingen.

De school is de plaats waar jongeren toegang krijgen tot de wereld. Het is een instituut tussen ‘thuis’ en de ‘maatschappij’ waar kinderen kennismaken met dat wat de oudere generatie waard vindt om overgedragen te worden. Een school is een ontmoetingsplaats en een oefenplaats. Leren omgaan met elkaar, ook wanneer de verschillen groot zijn, verantwoordelijkheid nemen voor eigen gedrag en gedrag in de groep zijn belangrijke doelen voor een school om na te streven. Voor jezelf en voor anderen opkomen is gemakkelijker in een veilig sociaal klimaat.

Sociale veiligheid is meer dan het voorkomen van onveiligheid. Een veilige leeromgeving wordt gekenmerkt door een sfeer waarin iedereen binnen de school zich gerespecteerd en aanvaard weet en waar ongeoorloofd gedrag en geweld actief voorkomen en bestreden worden.

Pesten is een complexe pedagogische situatie die studenten, startende docenten en zittende leraren steeds opnieuw voor uitdagingen stelt. Het is van belangrijk dat scholen ruimte bieden aan voortdurend ontwikkelen van visie. Dit is van belang omdat er niet alleen  wisselingen plaatsvinden in docententeams maar ook omdat maatschappelijke ontwikkelingen invloed hebben. Pestgedrag is een signaal van een niet goed lopend groepsproces. Docenten moeten leerlingen leren hoe ze met elkaar om moeten gaan, medemenselijkheid cultiveren en aldus insteken op preventie. Daarvoor is het van belang dat in een team op basis van reflecteren en het uitwisselen van feedback een visie levend gehouden wordt. Goed omgaan met pestgedrag en de preventie daarvan begint bij visievorming (Hamachek, 1999). Kant (1724-1804) zei het al: “Denken zonder ervaring is leeg, maar ervaring zonder denken is blind.”

  • Pesten is een ernstig probleem voor dader, slachtoffer en omstanders.
  • Pestgedrag bedreigt de sociaal-emotionele ontwikkeling.
  • Er zijn verschillende vormen van pesten, waarvan cyberpesten extra in de aandacht staat.

Pesten wordt door Olweus (1993) omschreven als: “Iemand wordt gepest wanneer men herhaaldelijk en langdurig wordt blootgesteld aan negatieve handelingen door een of meer personen”. De gevolgen van pesten kunnen zeer ernstig zijn want niet alleen voor het slachtoffer en de dader is pestgedrag een bedreiging voor een gezonde sociaal-emotionele ontwikkeling, ook omstanders zijn slachtoffer. Omstanders voelen schaamte en schuld en zitten voortdurend in een onveilige setting. Ze hebben daarnaast een sleutelpositie. Hun reactie op het pesten is bepalend voor de vraag of het pesten afneemt of toeneemt.

Pesten komt vooral voor in groepen waar leden (vaak leeftijdsgenoten) langere tijd bij elkaar zijn zoals in schoolklassen, gevangenissen, bejaardentehuizen en op het werk. Pesten is te onderscheiden in direct, openlijk pesten en indirect, relationeel of sociaal pesten. Daarnaast staat cyberpesten volop in de aandacht waarbij iemand via elektronische middelen gepest wordt.

  • Antipestprogramma’s: symptoombestrijding
  • Sociale veiligheid in de school is de beste preventie

Pesten hoort bij een cultuur die steeds competitiever en individualistischer wordt, stelt hoogleraar in de pedagogiek Micha de Winter in een debat met kinderombudsman Dullaert. De Winter komt tot de conclusie dat een samenleving pesten in de hand werkt. Er zijn onvoldoende mogelijkheden om recht te doen aan de fundamentele behoefte aan verbondenheid die mensen hebben. Het terugdringen van pesten moet dan ook niet gefragmenteerd aangepakt worden, antipestmethodes zijn volgens hem eerder symptoombestrijding dan de ware oplossing van het probleem. Scholen moeten kinderen beter leren hoe ze met elkaar om moeten gaan, medemenselijkheid cultiveren en zo insteken op preventie. Antipestprogramma’s zijn maar een klein onderdeel van het totale pakket dat een school moet bieden om sociale veiligheid te creëren (De Winter, 2015). Pesten vormt een bedreiging voor de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen. Wanneer een school de aandacht vooral richt op pestpreventie, is dat het meest effectief om pesten binnen de school te verminderen.

  • Scholen moeten een anti-pest-coördinator aanstellen
  • Scholen moeten sociale veiligheid monitoren
  • Scholen moeten beleid formuleren

De afgelopen jaren is er in de actualiteit veel te doen geweest rondom tragisch verlopen incidenten als gevolg van pesten.  In de Wet op het Voortgezet Onderwijs (2016, artikel 3b)  wordt het aanstellen van een anti-pest-coördinator en monitoring van sociale veiligheid van de school verplicht gesteld. Scholen moeten vanaf het schooljaar 2015-2016 beleid formuleren en kunnen verantwoorden welke met elkaar samenhangende interventies, programma’s en methoden op individueel, klassikaal en schoolniveau ingezet worden, om een veilig klimaat te creëren.

  • Docenten ervaren handelingsverlegenheid
  • Pesten is niet gemakkelijk te signaleren
  • Een groep waarin gepest wordt is voor leerlingen en docent niet veilig
  • Tacit knowledge zorgt voor impliciete kennis en efficiënt functioneren
  • Professionalisering van starters en hun begeleiders is nodig.

Leerkrachten kunnen handelingsverlegenheid ervaren en moeite hebben met het signaleren van pestgedrag. Handelingsverlegenheid ontstaat wanneer een professional aarzelt te handelen, terwijl de situatie er wel om vraagt. Het is ook niet gemakkelijk pesten te signaleren, want pesten en met name sociaal pesten speelt zich vaak af in het verborgene.

De problematiek is complex, men heeft niet altijd voldoende handvatten om adequaat te handelen en een groep waarin gepest wordt, is niet alleen voor de groep onveilig, maar ook voor de leerkracht. Een pestprotocol biedt vaak onvoldoende houvast; iedere situatie is uniek en vraagt een eigen manier van handelen.

De quote van Piaget: ‘Intelligence is knowing what to do, when you don’t know what to do.’  is van toepassing wanneer het gaat om het omgaan met complexe pedagogische situaties zoals pestgedrag.


Bron: Afkomstig van de ‘Signaalkaart pesten: de 6 pest-alerts!’, ontwikkeld door Apemanagement® Eijsden en Praktikon in samenwerking met de Radboud Universiteit Nijmegen. Beschikbaar gesteld via het Nederlands Jeugdinstituut (NJi)

Een docent heeft pedagogische tact wanneer deze weet wat wel of juist niet te doen. Ervaren leerkrachten hebben ‘tacit knowledge’. Dit bestaat uit handelingen, intuïtie en routines die door de jaren heen onbewust geworden zijn. Hierdoor ontstaat impliciete kennis die zorgt voor efficiënt functioneren. Startende docenten en collega’s in opleiding beschikken (nog) niet altijd over ‘tacit knowledge’.  Er bestaat geen ‘recept’ voor pestgedrag, iedere situatie is anders. Het vraagt van de docent de bekwaamheid juist te kunnen oordelen en op basis daarvan het handelen af te stemmen.

  • Competentiematrix met zeven basiscompetenties voor leraren
  • Gevaar van een reductionistische visie op onderwijs

In de Wet op de beroepen in het onderwijs (wet BIO) staan de bekwaamheidseisen waaraan een bevoegde leraar moet voldoen. Binnen competentiegerichte lerarenopleidingen worden deze bekwaamheidseisen vertaald in zeven competenties die zijn ontwikkeld door de Stichting Beroepskwaliteit Leraren en ander onderwijspersoneel (SBL). Door de beroepsrollen in verband te brengen met de kenmerkende situaties is een raamwerk ontstaan dat is uitgegroeid tot een competentiematrix met zeven basiscompetenties waarin de bekwaamheid van de docent beschreven wordt. Iedere competentie wordt omschreven op drie verschillende niveaus en bij ieder niveau horen gedragsindicatoren. Een leraar kan competent genoemd worden wanneer in belangrijke beroepssituaties de juiste taken (doelstellingen) geformuleerd worden en de daaruit voortvloeiende acties (adequaat gedrag) uitgevoerd worden met een effectief resultaat.

De persoonlijke dimensie van het beroep lijkt echter op de achtergrond te raken door de sterke nadruk die gelegd wordt op extern geformuleerde, technisch-instrumentele beroepscompetenties met een sterk accent op kennen en kunnen. Door de vertaling van goed docentschap in een competentielijst ontstaat een beperkt beeld. Goed lesgeven kan niet gereduceerd worden tot techniek, goed lesgeven ontstaat vanuit de identiteit en integriteit van de docent.

  • Juist te kunnen oordelen is een integrale kwaliteit
  • Disposities vanuit overtuigingen vullen competenties aan
  • De professionele identiteit moet in balans zijn met de persoonlijke identiteit

Onderwijspedagoog Biesta hecht sterk aan het vermogen van leerkrachten om in specifieke situaties juiste oordelen te vellen. Dit vermogen is geen vaardigheid of competentie maar een integrale kwaliteit van de docent waardoor deze gericht is op het nieuwe en het onverwachte. De docent zal vooral handelen vanuit de persoon die hij is.
Kennis is een belangrijke maar nog geen toereikende voorwaarde voor professioneel en competent handelen. Kennis moet vertaald en ingepast worden in concrete situaties wil men van handelingsverlegenheid komen tot handelingsbekwaamheid. In figuur 1 wordt zichtbaar dat een docent werkt vanuit geïnternaliseerde overtuigingen en beschikt over ‘disposities’: gedragspatronen die het lesgeven beïnvloeden (Rohaan et al., 2012).

Bron: ‘Professionele identiteit’ (Rohaan, Beijaard, & Vink, 2012)

Volgens de Amerikaanse onderwijskundige Hamachek is zelfkennis belangrijk zodat persoonlijke beslissingen die de docent neemt, beter aansluiten en leiden tot beter onderwijzen. Hij stelt: “Consciously, we teach what we know; unconsciously, we teach who we are”. Handelingsbekwaamheid ontstaat wanneer er balans is tussen de professionele en de persoonlijke identiteit van de docent, gedragen door visie, door kennis en vaardigheden en zichtbaar in gedragspatronen.

  • Repressief ingrijpen kan leiden tot verergering van pestgedrag
  • Reflectie, bewustwording en feedback hebben een positief effect op bekwaamheid
  • Een positieve, responsieve houding, interactieve communicatie met leerlingen en aanbrengen van regelstructuur zijn voorwaarden voor een veilig klassenklimaat
  • Visievorming is een doorlopend, niet-eindig proces

Leraren moeten in staat zijn de hele dag door beslissingen nemen waarbij de context voortdurend verandert. Canadese onderzoekers toonden aan dat docenten onterecht het idee hebben dat ingrijpen na een pestincident het meest effectief is en denken dat schoolbrede interventies en programma’s veel minder effectief zijn. Repressief ingrijpen na een pestincident kan echter zelfs een averechts effect sorteren en tot gevolg hebben dat het pesten verergert.

Het is van belang om zelfkennis te ontwikkelen. Reflecteren is een belangrijke vaardigheid voor een leerkracht. Dit is nodig om beter te kunnen begrijpen welk leerlinggedrag effect heeft op eigen emoties en gedrag en andersom: hoe het eigen gedrag weer invloed heeft op leerlingen. Het vragen om feedback aan collega’s en leerlingen op het handelen zorgt voor nadere bewustwording en voor groei van onbewuste bekwaamheid naar bewuste bekwaamheid.

Duidelijkheid, goede afspraken en regels bieden structuur en veiligheid. Het vormen van een veilig klassenklimaat heeft een positief effect op alle leerlingen. Ook een positieve houding van de docent draagt bij aan een veilig pedagogisch klimaat. De leraar is een rolmodel. Een effectieve instructie, een uitdagende leeromgeving en een positieve basishouding in het omgaan met verschillen, zorgen voor het voorkomen en verminderen van gedragsproblemen en pestgedrag.

  • Breed gedragen normen en waarden van een school zijn voorwaardelijk voor een veilig klimaat
  • Insteken op verbondenheid, op orde en op relatie is belangrijk
  • Reflectie en een lerende organisatie vormen is een goede basis om te zorgen voor een schoolbrede benadering die pesten voorkomt

Pestpreventieve maatregelen hebben vooral te maken met het tot stand brengen van een veilig pedagogisch klimaat. Een veilige sfeer en een veilig klimaat werken door op de school als geheel en heeft invloed op de mate waarin pesten voorkomt en de mate waarin het gesignaleerd wordt. Een dergelijk veilig klimaat wordt gekenmerkt door vriendelijkheid, harmonie en respect, waarbij ingestoken wordt op relatie, op orde en op verbondenheid zowel tussen leerlingen als tussen medewerkers en betrokkenen van de school.

Het creëren van een veilig pedagogisch klimaat in de klas hangt samen met het schoolklimaat. Het schoolklimaat is een cultuur waar verbondenheid heerst, een sfeer met een ‘wij-gevoel’. Gedeelde normen en waarden zijn de basis van een veilig schoolklimaat.

Uit  internationaal onderzoek blijkt dat preventieve programma’s die zich alleen richten op daders en slachtoffers het minst effectief zijn. Ook programma’s die gericht zijn op alleen de klas, die werken met “silver bullet” interventies (zoals een film vertonen) zijn ook weinig effectief gebleken. Een schoolbrede benadering waarbij interventies zich richten op de hele school én de klas én de leerlingen doen pesten verminderen. Er ontstaat dan een andere schoolcultuur met tastbare elementen zoals schoolregels en klassenregels die het gedrag sturen en met minder tastbare aspecten zoals attitudeverandering en bewustwording van de schade die pesten veroorzaakt.

Niet zozeer een specifieke methode, maar goed communiceren binnen een veilig sociaal klimaat is van groot belang voor een effectieve aanpak van pesten. Juist dit veilige schoolklimaat is de belangrijkste preventieve maatregel. Met de invoering van passend onderwijs vinden meer leerlingen met een specifieke ondersteuningsbehoefte in reguliere scholen een plaats. Deze groep leerlingen is kwetsbaar waardoor het extra belangrijk wordt om een veilig pedagogisch klimaat te waarborgen, een klimaat dat pestgedrag voorkomt. Niet alleen voor leerlingen met een extra ondersteuningsvraag zoals kinderen met autisme, internaliserende of externaliserende gedragsproblemen maar voor iedereen in de school. Een positief veilig schoolklimaat wordt gedragen door alle medewerkers in de school . Visievorming is geen eindig proces. Het is belangrijk om over dit belangrijke thema in gesprek te blijven met alle betrokkenen.

Lucy Reijnen

Biesta, G. (2015). Het prachtige risico van het onderwijs. Culemborg: Phronese.

Bolhuis, B. (2012, maart). Onderzoek in de school ter discussie: doelen, criteria en dilemma’s. Onderzoek in de lerarenopleidingen: welk onderzoek waarom? Leiden: Universiteit Leiden.

Dekker, S., & Dullaert, M. (2013, maart 25). Plan van aanpak tegen pesten. Opgeroepen op juni 10, 2013, van www.rijksoverheid.nl: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/03/25/plan-van-aanpak-tegen-pesten.html

Evans, C., & Smokowski, P. (2015). Peer Bystanders to Bullying: Who Wants to Play with the Victim? Journal of Youth and Adolescence, 2289 – 2307.

Fontys Lerarenopleidingen. (2011). competentiekaarten. Opgehaald van www.fontys.nl: https://portal.fontys.nl/instituten/lerarenopleidingtilburg/kwaliteitszorg/Accr%20BA%20FLOT%2015/Lero’s%20generiek/Bijlagen%20bij%20KR/01.%20Competentiekaarten%20Fontys%20lerarenopleidingen%20vobve.pdf

Goossens, F., Vermande, M., & van der Meulen, M. (2012). Pesten op school. Amersfoort: Boom/Lemma uitgevers.

Hamachek. (1999). Effective teachers: What they do, how they do it, and the importance of self-knowledge. In R. Lipka, & M. Brinthaupt, The role of self in teacher development (pp. 189-224). Albany, N.Y.: State University of New York Press.

Korthagen, F. (2004). Towards a more holistic approach in teacher education. Elsevier, 77-97.

Olweus, D. (1992). Treiteren op school. Amersfoort: College uitgevers.

Overveld, K. (2015). Groepsplan gedrag in het voortgezet onderwijs. Huizen: Pica.

Palmer, P. J. (1998). The courage to teach. San Francisco: Jossey Bass.

Rohaan, E., Beijaard, D., & Vink, R. (2012). Persoonlijke professionaliteit. Eindhoven: Eindhoven School of Education | IVA beleidsonderzoek en advies.