Van nachtmerrie naar droom

een brug naar elkaar
een brug naar elkaar

In het begin van het eerste jaar dat ik op school aan het werk ging, droomde ik dat ik voor de klas stond en geen woord kon uitbrengen. Ik wist niets meer. In een andere droom realiseerde ik me, terwijl ik de klas binnenliep, dat ik vergeten was om me om te kleden en dat ik mijn oude, versleten joggingpak aanhad.

Ik weet nog precies hoe ik die eerste weken door onzekerheid geteisterd werd. Als zij-instromer werd ik direct voor de klas gezet. Een sprong in het diepe. Wat als de leerlingen mijn lessen niet leuk, of erger nog, mìj niet aardig zouden vinden? Wat als ze niet naar me zouden willen luisteren en het een puinhoop zou worden? En wat als zou blijken dat ik geen orde kon houden en zo’n klas helemaal niet aan zou kunnen? Het bleek gelukkig allemaal erg mee te vallen. Ik gaf het vak drama (als middel) en had jaren ervaring als acteur. Dus die eerste maanden spèèlde ik de lerares. Pas aan het eind van dat eerste jaar wàs ik ook daadwerkelijk docent en wist ik zo ongeveer wie ik als docent wilde zijn.

Toch had ik dit jaar opnieuw een beetje diezelfde spanning. Op de VMBO G/T school waar ik werk als docent Drama geef ik dit jaar een heel nieuw vak. Een vak dat nog niet bestaat en dat ik dit schooljaar ga uitvinden. Met dit vak gaan we de overbrugging tussen de basisschool en het voortgezet onderwijs gemakkelijker maken, de lessen worden alleen in de brugklas gegeven. Een lessenreeks met iedere week een uur aandacht voor sociale veiligheid, zelfvertrouwen, sociale vaardigheden, omgaan met conflicten, assertiviteit, samenwerken en de eigen rol in groepsdynamische processen. Centraal in de lessen staat: wie wil ik zijn en hoe gaan we met elkaar om. Want hieraan bestaat een duidelijke behoefte in het onderwijs en dus ook binnen onze school.

Al een gedurende een aantal jaren wordt de roep om meer ‘maatschappelijke verbinding’ sterker. Zo pleit Micha de Winter (2011) voor een transitie van de individualistische samenleving naar een ‘Pedagogische Civil Society’. Hij wil dat kinderen worden opgevoed tot democratische burgers, waarin begrippen als verantwoordelijkheid, tolerantie, respect en rechtvaardigheid tot de dagelijkse moraal behoren.

De middelbare school is de plaats waar jongeren toegang krijgen tot de wereld. Het is een instituut tussen ‘thuis’ en ‘maatschappij’; er wordt kennis gemaakt met dat wat de oudere generatie waard vindt om overgedragen te worden (Meirieu, 2016). Het is een ontmoetings- en oefenplaats. Hier leren jongeren omgaan met elkaar en verantwoordelijkheid nemen voor gedrag.

Biesta (2015) sluit hierop aan: onderwijs moet bijdragen aan de vorming van de persoon gericht op ‘een volwassen in de wereld willen zijn’. Volwassenen die in staat zijn verantwoordelijk te oordelen. In een samenleving, in groepen, in klassen zijn mensen soms tot elkaar veroordeeld. Een leerling zit verplicht op school en heeft geen keuze met wie een groot deel van de dag zal worden doorgebracht. Tolerant kunnen zijn, ervoor zorgen dat iedereen erbij hoort, wederzijds respect zijn dan vaardigheden die onmisbaar zijn.

Verschillen tussen mensen bestaan, maar deze hoeven niet tot uitsluiting te leiden. Martha Nussbaum schreef hierover een overtuigend manifest (2013).

De doelstellingen geformuleerd en ik heb de grote lijnen uitgezet. De lessen zelf zijn nog niet klaar. De eerste  lessen zijn globaal uitgewerkt en de eerste bladzijden die het werkboek voor de leerlingen vormen zijn gedrukt. De rest ga ik gedurende het schooljaar ontwikkelen en uitwerken. Ik ben voortdurend op zoek naar spelvormen, maak activerende werkvormen en pas eerder ontwikkelde lessen aan. Samen met de leerlingen bouw ik een brug terwijl we al naar de overkant aan het gaan zijn. Dit past goed bij de naam die ik de lessenreeks gegeven heb: ‘Brug lessen’. Lessen voor de brugklas waarin we een brug slaan naar elkaar, naar onszelf en naar ‘buiten’.

Een mooie uitdaging. Het mooiste aan dit proces is dat ik opnieuw moet nadenken over wat ik de leerlingen nu eigenlijk wil leren, wat ik ze wil meegeven. Hoe kan ik kinderen op de drempel van die verwarrende, onzekere puberteit bereiken en ze een klein beetje vertrouwen meegeven. Vertrouwen in zichzelf, in elkaar en in de wereld. Hoe gaan we de ‘verbinding’ aan. Het is een spannende zoektocht.

En… heel anders dan toen ik startende docent was: toen had ik nachtmerries. Nu heb ik een droom.

Bronnen:
Biesta, G. (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Culemborg: Phronese.
De Winter, M. (2011). Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding.Amsterdam: SWP.
Meirieu, P. (2016). Pedagogiek: De plicht om weerstand te bieden.Culemborg: Phronese.
Nussbaum, M. (2013). Niet voor de winst. Amsterdam: Ambo.