Gotcha

Gotcha kaartjes zoals ze op Westglen school worden uitgedeeld

Hebbes

Gotcha is te vertalen als ‘hebbes’. Het betekent dat iemand je gezien heeft, je begrepen heeft of te pakken heeft. Gotcha is ook de naam van een soort ‘beloningssysteem’. Ik zag de toepassing hiervan op Westglen school in Canada. Dit is een middle-school met leerlingen tussen ongeveer 9 en 15 jaar oud (groep 7 en 8 basisschool en klas 1 en 2 voortgezet onderwijs). Het idee is simpel: goed gedrag expliciet belonen waardoor leerlingen meer en meer positief gedrag laten zien. Een beloningssysteem dat dus werkt als een speer. Bij navraag wist niemand binnen de school waar dit systeem ontstaan is of wie het bedacht heeft. Iemand binnen de school zag het op een andere school en haar enthousiasme leidde snel tot de invoering. Bij naspeuringen lijkt het waarschijnlijk te komen uit de hoek van SWPBS: School Wide Positive Behaviour Support (Golly & Sprague, 2009).

Hoe werkt het

Iedere volwassene binnen de school heeft een stapeltje ‘Gotcha’-kaartjes. Iedere keer wanneer deze volwassene een leerling iets leuks, aardigs of goeds ziet doen, kan een kaartje gegeven worden. Dit kan in de klas zijn, op de gang, tijdens de pauze, overal op het schoolterrein. De leerling schrijft zijn naam op het kaartje en levert het in bij de receptie. Hier krijgt de leerling meteen al een snoepje voor. Alle kaartjes gaan in een pot en een keer per twee weken worden er tien kaartjes uit gevist. De winnaars op Westglen werden via het omroepsysteem daarnaast bekend gemaakt zodat iedereen ook weet wie de winnaars zijn. De winnaars kunnen hun prijs (een ijsje, een bon voor de catering, een schrift, warme chocolademelk met slagroom, enz.) vervolgens ophalen.

De Gotcha-kaartjes van de winnaars gaan, samen met de andere kaartjes van die periode, in andere ‘pot’ voor de grote prijs. Rondom kerstmis en tijdens de jaarafsluiting worden hieruit opnieuw kaartjes getrokken en dan zijn er grotere prijzen te winnen. Een tegoedbon voor een Itunes Card, bioskoopkaartjes, kaartjes voor een escaperoom, ‘oortjes’, enz. Dit maakt meedoen extra aantrekkelijk omdat er steeds prijzen worden gekozen die voor deze leeftijdscategorie echt interessant zijn.

De praktijk

Op de gang in Westglen school hangt een werkstuk dat door een van de klassen (grade 6, hier groep 8) is gemaakt. Het is een goed voorbeeld van hoe positieve activiteiten en gedragingen van kinderen gezien worden niet alleen door de volwassenen maar ook door klasgenoten.

De afbeelding spreekt voor zich. In dit geval tekende de docent een boom, de leerlingen knipten hartjes en blaadjes uit en schreven daar de leuke, aardige, vriendelijke dingen op die ze anderen hadden zien doen. Wat kinderen opschreven was heel verschillend. Sowieso zijn de verschillen tussen leerlingen erg groot op Canadese scholen. Inclusief onderwijs is daar al decennia geleden succesvol ingevoerd. Dat is ook terug te zien op de poster omdat niet iedereen goed kan schrijven bv. Daarnaast zijn ook inhoudelijk de verschillen groot. Het zijn wel allemaal leerlingen uit dezelfde klas.

Vooral belangrijk is dat leerlingen gedurende deze activiteit bewust bezig zijn met het benoemen van positief gedrag van klasgenoten. Het ophangen in de gang zorgde ook voor zichtbaarheid in de hele school. Alle hartjes en blaadjes bevatten voorbeelden van situaties waar een leerling een Gotcha voor zou kunnen krijgen.

Wil iedereen een Gotcha?

Let wel: zou kunnen krijgen want niet elke keer wanneer een leerling een prulletje opraapt en in de prullenbak doet staat daar een Gotcha tegenover. Er zijn natuurlijk ook leerlingen die alleen dat prulletje oprapen als er een volwassene het ziet om een Gotcha te ‘verdienen’. Zo werkt het niet en leerlingen weten dat ook. Een leerling die vaak iets vergeet kan een Gotcha krijgen omdat deze bij voorbeeld vandaag zijn rekenmachine wél bij zich heeft. Een leerling die een ander helpt of voor een ander opkomt kan een Gotcha krijgen.

Alle leerlingen vinden het fijn wanneer ze een Gotcha krijgen. Ook in de hoogste klassen. De jongere leerlingen kunnen heel enthousiast reageren. De oudere leerlingen zijn wat gematigder. Ze doen er een beetje onverschillig over maar zijn er wel degelijk blij mee.

Straffen en belonen

Rondom straffen en belonen kunnen zeker kanttekeningen geplaatst worden. Eigenlijk is een beloningssysteem gebaseerd op het principe van conditioneren. Het beïnvloeden van gedrag door het ‘operant conditioneren’ zoals Skinner dat begin vorige eeuw beschreef, dus: gewenst gedrag belonen en ongewenst gedrag bestraffen. Nog steeds wordt dit principe in de opvoeding gebruikt. Het werkt. Maar het kan negatieve gevolgen hebben. Straffen stimuleert vooral volgzaamheid. Terwijl het doel van opvoeden het ontwikkelen van zelfstandigheid is. Belonen is bovendien het omgekeerde van straffen, ook bij belonen manipuleer je als het ware het gedrag. Straffen en belonen zorgt er volgens Kohn (1999) dus voor dat leerlingen extrinsiek in plaats van intrinsiek gemotiveerd zijn om iets te doen of te laten.

Extrinsieke motivatie komt voort uit externe prikkels van buitenaf, terwijl intrinsieke motivatie komt omdat men iets wil, omdat het de ontwikkeling stimuleert, of omdat men een beter mens wil zijn, omdat men iets willen bijdragen, boven zichzelf wil uitstijgen (Pink, 2011).  

Met het geven van complimenten wordt een waardeoordeel gegeven over gedrag of over een prestatie. Kohn stelt dat het niet goed is om complimenten te geven, omdat het kind zelf aan het denken gezet moet worden over wat goed of fout is en wat dus het effect van gedragingen is (Kohn, 2006).

Daar naast staat de zienswijze van Biesta. Deze stelt dat het vermogen om oordelen te vellen, over wat in concrete situaties wenselijk is, in het werk van de leraar essentieel is (Biesta, 2011).

Opvoeden zonder waardeoordelen lijkt mij niet mogelijk maar bovendien ook niet wenselijk. Leerlingen zullen binnen en buiten school verschillende waardeoordelen tegenkomen en kunnen daardoor vooral uitgedaagd worden een eigen visie te ontwikkelen. Daarom is reflectie zo belangrijk in een leerproces, omdat hierbij het afwegen van waarden en normen een rol speelt .

Gezien en gehoord worden

Het Gotcha systeem is erop gericht om positief gedrag zichtbaar te maken en te stimuleren dat leerlingen op een vriendelijke en respectvolle manier omgaan met anderen. Dit appelleert aan de intrinsieke motivatie en deze wordt versterkt door de extrinsieke beloning. Zo laat de zelfdeterminatietheorie (Deci & Ryan, 2000) zien dat extrinsieke motivatie geïnternaliseerd wordt wanneer men voldoende rekening houdt met de basisbehoeften (autonomie, competentie en relatie). Een van de belangrijke basisprincipes in het omgaan met leerlingen is dat men zich gehoord en gezien willen voelen. Het Gotcha systeem is geen operante conditionering, het is veeleer een manier waarop een kind merkt dat wat hij of zij doet gezien wordt. Een bijkomend voordelig aspect is bovendien dat de focus van de docent ligt op dat wat leerlingen goed doen.

Nieuw?

Dit beloningssysteem is niet nieuw, zoals eerder gezegd is het niet gemakkelijk de originele bron te achterhalen. Er bestaan bovendien vast talloze varianten. Ook op mijn eigen school heeft de docent Engels, Anne Scheepens, een soortgelijk beloningssysteem bedacht.  Bij haar kunnen leerlingen ’Voordeeltjes’ verdienen. Dat varieert van vijf minuten eerder uit de les, tot een bon van de catering. ‘Voordeeltjes’ zijn te verdienen door aardig zijn, extra goed te presteren of door een ander te helpen. Leerlingen gaan ervoor, het werkt en het werkt positief door in de sfeer in de les en tussen leerlingen.

Het Gotcha beloningssysteem is dus zeker een mooie tool om school-breed in te zetten omdat het een positief pedagogisch klimaat bevordert en om daarenboven te bouwen aan een plezierige en fijne sfeer in de school. Voor het invoeren ervan is het zeker wenselijk om in een team te bespreken waarvoor een Gotcha gegeven kan worden en bovendien is het belangrijk om van tijd tot tijd te evalueren.

Meer info

Meer informatie en tools om de sfeer in de groep te verbeteren zijn te vinden op www.kieresoe.nl/tools-groepsgedoe

Verder lezen:

Deci, E., & Ryan, R. (2000). The “what” and “why” of goals pursuits: Human needs and the selfdetermination of behavior. Psychological Inquiry, 227-268.

Golly, A., & Sprague, J. (2009). Positive behaviour support / Goed gedrag kun je leren ! . Huizen: Uitgeverij Pica.

Kohn, A. (1999). Punished by Rewards. Boston: Houghton Mifflin.

Kohn, A. (2006). Unconditional Parenting. New York: Atria.

Pink, D. (2011). Drive. amsterdam: business contact.

Stevens, L. (2016, mei). Vertrouwen als opgave: Zekerheden komen niet van buiten maar van binnenuit. Opgehaald van www.hetkind.org: http://hetkind.org/wp-content/uploads/2016/04/Luc-in-magazine-nr-3-v16.pdf