Werkvormen

Werkvormen





10 manieren om met stellingen te werken

“Het is een vrij land, mevrouw” en “Ik moet zelf weten wat ik vind” en “Vrijheid van meningsuiting!” zomaar wat kreten die leerlingen roepen wanneer ze hun ongezouten mening geven over iets. Werken met stellingen in de klas kan polariserend werken. Een goed bedoelde les om leerlingen aan het denken te zetten kan juist ontaarden in het vergroten van tegenstellingen.
Het is belangrijk dat discussies worden gevoerd maar het moet op een respectvolle wijze gebeuren. Zeker wanneer opvattingen botsen moet de school een (veilige) oefenplaats zijn.

In een veilig sociaal klimaat in de klas wordt niemand afgerekend op datgene wat ze zeggen, niet door medeleerlingen en niet door de docent. In een democratie is ruimte voor verschillen van opvatting. Op school leren leerlingen ook dat er grenzen zijn aan de vrijheid van meningsuiting. Wat voor de ene leerling veilig is kan bij anderen een gevoel van onveiligheid veroorzaken. Iedereen heeft recht op een eigen mening maar het is niet nodig om daar ook altijd mee te komen. De rol van de leraar is daarbij cruciaal en helemaal niet gemakkelijk. Deze moet letten op de manier waarop er gediscussieerd wordt, of verschillende perspectieven voldoende aan de orde komen en of het gesprek niet leidt tot ‘wij-zij-denken’.

Verder lezen:

https://www.mo.be/analyse/je-moet-jongeren-niet-verwijten-wat-we-zelf-niet-opgelost-krijgen
https://www.schoolenveiligheid.nl/thema/spanning-en-discussie-vo/#over-spanning-en-discussie
https://euroguide-toolkit.eu/wp-content/uploads/2021/05/Flanders-Living-Together.pdf

Werkwijze 1: 
‘Over de streep light’

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Voor deze werkwijze is veel ruimte nodig want hierbij komen leerlingen letterlijk in beweging.
  • Er worden steeds stellingen voorgelezen. Groepsleden die het eens zijn met de stelling gaan naar rechts, degenen die het er niet eens zijn gaan links staan. In het midden mag (nog) niet.
  • Dan gaan groepsleden proberen met argumenten leerlingen laten wisselen van kant.
  • Wanneer iemand een nuance aanbrengt mag iedereen die dit goed vindt een stap naar het midden zetten.
  • Hou vaart in het ‘spel’ en zorg ervoor dat iedereen een inbreng heeft.
  • Leg uit aan leerlingen dat de keuze voor of tegen een stelling vaak moeilijk kan zijn. Zeg dat het niet erg is om van gedachten te veranderen. Nadenken is in essentie van gedachten veranderen…

TIP:
Soms hebben jongeren de neiging om aan één kant te blijven staan. Laat leerlingen bij de eerste stelling kiezen voor links of rechts gaan staan. Wanneer de volgende stelling aan de beurt is moeten ze niet rechts of links gaan staan maar aan voor- of achterzijde van de ruimte. Er zijn dan niet twee maar vier kanten waar leerlingen naar toe kunnen lopen. Ervaring leert dat wanneer leerlingen sowieso in beweging moeten komen ze ook eerder geneigd zijn écht te kiezen.

Variatie Werkwijze 1: 
‘Over de streep light’

  • Werk op dezelfde manier als bij werkwijze 1, alleen laat je nu leerlingen niet zelf voor of tegen een stelling kiezen maar je verdeelt ze in twee groepen. Een groep is vóór en de andere groep is tegen de stelling.
  • Laat leerlingen argumenten bedenken voor een stelling waar ze wellicht helemaal niet achter staan. Zo worden ze bewust van het feit dat je een stelling van twee kanten kunt bekijken.
  • Maak de groepen steeds anders van samenstelling en zorg voor inbreng van iedereen.

Werkwijze 2: 
Voor of tegen

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Verder nodig: voor elke leerling een rood en een groen kaartje.
  • Geef alle leerlingen een rood en een groen kaartje.
  • De begeleider leest de stellingen een voor een voor en de leerlingen geven aan of ze het ermee eens zijn (door het opsteken van een groen kaartje) of dat ze het er niet mee eens zijn (rood kaartje).
  • Na iedere stelling kunnen een aantal argumenten voor of tegen de stelling worden uitgewisseld.
  • Kijk na het bespreken van de stelling of er leerlingen zijn die van gedachten zijn veranderd.
  • De begeleider leidt de discussie.

Variatie Werkwijze 3: 
Voor of tegen in groepjes

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Verder nodig: voor elke groepje een rood, een groen en een wit vel papier.
  • Verdeel de klas in groepjes van drie of vier leerlingen.
  • ieder groepje krijgt een aantal stellingen en een rood, een groen en een wit vel papier.
  • Leerlingen lezen de stellingen door en beslissen welke afgewezen worden en op een rood vel terecht komen.
  • De stellingen waar men het mee eens kan zijn komen op een groen vel en die waarover men twijfelt op een wit papier.
  • Leerlingen bespreken nogmaals de gemaakte keuzes en leggen de kaartjes op het rode, groene of witte vel.
  • Bespreek de gemaakte keuzes klassikaal.

Werkwijze 4: 
Argumenteren

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Verder nodig: groot vel papier (flap).
  • Verdeel de groep in twee- of drietallen.
  • De stellingen worden voorgelezen
  • Leerlingen gaan in hun groepje overleggen en vervolgens naar aanleiding van de stelling een argument voor of tegen bedenken.
  • Dit wordt in een hele zin op een Post-it genoteerd.
  • De Post-its worden op een gezamenlijke flap geplakt.
  • Bespreek na afloop opvallende uitspraken in de groep:
    • Welke thema’s keren steeds weer terug in het groepsgessprek?
    • Zijn er overeenkomsten? Verschillen? Nuances?
    • Wat zijn sterke argumenten? Wat maakt deze sterk?
  • Aanvullende opdracht: maak eigen stellingen en wissel deze uit.

Werkwijze 5: 
Kringgesprek

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Leg de kaarten open op een paar aan elkaar geschoven tafels en zet leerlingen er in een grote kring omheen.
  • Leerlingen kiezen allemaal een stelling.
  • In een kringgesprek vertelt elke leerling om de beurt waarom juist voor deze kaart is gekozen.
  • Is dit voor jou klas nog te moeilijk dan kun je ervoor kiezen om eerst in tweetallen leerlingen laten bespreken welke kaart ze hebben gekozen en waarom.
  • Het uitkiezen van de kaarten kun je leerlingen individueel in stilte laten doen of juist in overleg in een tweetal of in een klein groepje.

Werkwijze 6: 
Verhaaltje

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Verder nodig: voor ieder tweetal een leeg A-viertje.
  • Verdeel de klas in tweetallen.
  • Laat ieder tweetal een stelling kiezen.
  • Leerlingen gaan samen een kort verhaaltje schrijven naar aanleiding van de stelling.
  • De verhaaltjes worden voorgelezen.
  • Vragen voor nabespreking:
    • Wat heeft het groepje leerlingen goed gedaan?
    • Wat heeft deze scene ons willen zeggen?
    • Was wat er gebeurde herkenbaar?

Werkwijze 7: 
Rollenspel

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Laat leerlingen in tweetallen of kleine groepjes twee of drie stellingen uitkiezen.
  • Ze moeten nu met behulp van de stelling een klein verhaaltje bedenken en dat ook uitspelen.
  • Iedere scene heeft een begin, een midden en een duidelijk einde.
  • Vertel vooraf dat de scenes worden nabesproken en welke vragen er dan gesteld worden.
  • Geef ze niet te lang de tijd om te bedenken en te repeteren: vijf tot tien minuten is voldoende. Dit maakt de presentatie achteraf ‘veiliger’.
  • Vertel leerlingen dat in een theatervoorstelling eindeloos geoefend wordt. Dus als het resultaat minder geslaagd is dan kinderen vooraf hoopten, ligt het vooral daaraan.
  • Aan elkaar presenteren en nabespreken.
  • Vragen voor nabespreking:
    • Wat heeft het groepje leerlingen goed gedaan?
    • Wat heeft deze scene ons willen zeggen?
    • Was wat er gebeurde herkenbaar?

Werkwijze 8: 
Placemat

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Verdeel de klas in viertallen.
  • Verder nodig: groot vel papier (A-3 formaat) voor elk groepje.
  • Teken in het midden van ieder vel een rechthoek en trek vanuit iedere hoek van het vel een lijn naar een hoek van de rechthoek.
  • Geef ieder groepje een stelling of laat ze zelf een stelling kiezen.
  • Alle leerlingen schrijven (in stilte) in hun eigen vak een reactie op de stelling met eigen standpunten en argumenten.
  • Wanneer iedereen klaar is volgt tussen de vier leerlingen een groepsgesprek over de stelling en hetgeen wat ze hebben opgeschreven.
  • Het is de bedoeling dat ze in het middelste vak een gezamenlijk standpunt opschrijven waar iedereen het wel mee eens kan zijn.
  • De vellen ophalen en ophangen.
  • Klassikaal de opbrengsten bespreken

Werkwijze 9:
Woord-web

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Verdeel de klas in viertallen.
  • Verder nodig: groot vel papier (A-3 formaat) voor elk groepje.
  • Teken in het midden van ieder vel een cirkel.
  • Geef ieder groepje een stelling of laat ze zelf een stelling kiezen.
  • Leerlingen schrijven in de cirkel de stelling over
  • Vervolgens gaan leerlingen associëren naar aanleiding van de stelling in de vorm van een woord-web.
  • In het groepje wordt gepraat over de verschillende bijdragen en worden eventueel nog aanvullingen/verduidelijkingen gemaakt.
  • De vellen ophalen en ophangen.
  • Klassikaal de opbrengsten bespreken.

Werkwijze 10:
Gedicht

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Leg de stellingenkaarten waarmee je wil werken open op een tafel.
  • Laat leerlingen in tweetallen of individueel een stelling kiezen om een gedichtje over te maken in de vorm van een ‘Elfje’ of een ‘Haiku’.
  • Elfje: gedicht bestaande uit elf woorden, eerste regel 1 woord, tweede regel heeft 2 woorden, de derde regel heeft 3 woorden, de vierde regel heeft 4 woorden en de vijfde regel heeft weer 1 woord. Dat laatste woord moet bij voorkeur het hele gedichtje samenvatten.
  • Haiku: gedicht dat bestaat uit drie regels met 17 lettergrepen. Eerste regel heeft 5 lettergrepen, de tweede regel heeft er 7 en de derde heeft weer 5 lettergrepen.
  • De gedichtjes hoeven niet te ‘rijmen’.
  • Geef leerlingen even de tijd om iets te maken. Laat leerlingen elkaar helpen.
  • Laat leerlingen (die dat willen) hun gedichtje voorlezen.
  • Bespreek klassikaal na:
    • Wat maakt dit gedichtje mooi?
    • Wat maakt dit gedichtje krachtig?
    • Wat wordt er eigenlijk gezegd?
  • Plak de gedichtjes op een groot vel en hang het in het lokaal.
  • Is wat er gezegd wordt in het gedichtje herkenbaar?




Respect

Lessen die verstoord worden, leerlingen die door elkaar praten, de sfeer die verziekt wordt door ruzietjes: het komt regelmatig voor. Is dat een teken van gebrek aan respect? Tijd om hierover het gesprek aan te gaan in de groep.

Mensen respecteren betekent: Je aanvaardt en waardeert de ander volledig, ongeacht zijn culturele identiteit, gedachtegoed en overtuigingen, afkomst of religie. Je accepteert iemands normen en waarden, behoeften en gevoelens en overschrijdt niet de redelijke grenzen die hij of zij stelt.

Erg belangrijk is het besef dat je respect krijgt door het te geven, niet door het te eisen. Te vaak vloeit (schijn)respect voort uit plichtsgevoel, het proberen te voorkomen van straf, opzien tegen de plek in de hiërarchie, de status en macht die iemand heeft. In al deze gevallen komt het niet van binnenuit.

Respect betekent aanzien, eerbied of waardering, die men heeft voor (of ontvangt van) iemand of iets vanwege zijn kwaliteiten, prestaties of vaardigheden. Het woord betekent oorspronkelijk omzien naar, en vandaar rekening houden met.

“Gebrek aan respect kan, hoewel niet zo agressief, net zo kwetsend zijn als een belediging. ” zegt de Amerikaanse arbeidssocioloog Richard Sennett in zijn boek ‘Respect in een tijd van sociale ongelijkheid’: De ander wordt weliswaar niet beledigd maar krijgt ook geen erkenning. Hij of zij wordt niet gezien als een volwaardig mens die ertoe doet.

“Respect!” roepen jongeren naar elkaar bij wijze van begroeting of als compliment. Respect is juist in de jongerencultuur erg belangrijk. Maar of ze dat ook vertalen naar gedrag in de klas is maar de vraag. Een werkvorm om het gesprek aan te gaan.

Doel

  • Bespreekbaar maken van het thema respect
  • Informatie overbrengen
  • Bewustwording van eigen aannames
  • Bewustwording (groeps)gedrag
  • Effecten zien van groepsgedrag
  • Leren van elkaars inzichten
  • Verschillen (h)erkennen in elkaars visie

Voor wie

Bovenbouw PO
VO
MBO

Werkwijze 1:

  • Print voor elk groepje de stellingen uit. KLIK HIER
  • Print voor iedere leerling een werkblad uit KLIK HIER
  • Verdeel de klas in kleine groepjes van drie of vier leerlingen, ieder groepje krijgt de blaadjes met stellingen en iedere leerling een werkblad
  • Leerlingen knippen de kaartjes uit.
  • Dan lezen ze de stellingen door en vullen het werkblad in
  • Leerlingen bespreken de antwoorden die ze gegeven hebben in hun groepje.
  • Bespreek klassikaal na
    • Wat valt op?
    • Zijn er grote verschillen tussen de groepen?
    • Waar zijn de groepsleden het over eens?
    • Selecteer de vijf stellingen waar de meeste leerlingen blijkbaar achter staan.
    • Kies vervolgens de vijf stellingen waarvoor het minst draagvlak is.
    • Wie is er, na anderen gehoord te hebben, van gedachten veranderd?
    • Zijn er afspraken te maken met de opbrengsten van deze les?
  • Laat leerlingen het werkblad inleveren: het kan een thema vormen tijdens een individueel (mentor)gesprek. Ook kun je na bv een half jaar de leerlingen het werkblad terug geven en laten kijken of ze van gedachten zijn veranderd.

Werkwijze 2:

  • Download de PowerPointpresentatie met de stellingen KLIK HIER
  • Geef alle leerlingen een rood en een groen kaartje.
  • De begeleider leest de stellingen een voor een voor en de leerlingen geven aan of ze het ermee eens zijn (door het opsteken van een groen kaartje) of dat ze het er niet mee eens zijn (rood kaartje).
  • Na iedere stelling kunnen een aantal argumenten voor of tegen de stelling worden uitgewisseld.
  • De begeleider leidt de discussie.

Meer informatie en bronnen:

  • Jong, J. (2007). Kapot moeilijk. Amsterdam: Amsterdam University Press.
  • Sennett, R. (2003). Respect In Een Tijd Van Sociale Ongelijkheid. Amsterdam: Byblos.
  • Steenhuis, P. H. (2013, april 18). Wat is dat, respect? Trouw.




Vapen









Net als roken is het gebruik van e-sigaretten of ‘vapes’ verboden op school. Toch: stiekem op het toilet, in het fietsenhok, net buiten het schoolplein roken leerlingen. De meeste scholen hebben een strikte aanpak wanneer leerlingen betrapt worden op vapen. De leerling krijgt straf, de vape wordt ingenomen, de ouders worden gebeld en deze moeten de vape op school komen ophalen.
Vapen is net zo verslavend als het roken van sigaretten. Toch denken leerlingen niet snel dat het schadelijk is. Vapes met en zonder nicotine zijn schadelijk. Het inademen van de schadelijke stoffen in de damp kan de luchtwegen irriteren of beschadigen. Het kan hartkloppingen, duizeligheid, een hoge bloeddruk en zelfs epileptische aanvallen veroorzaken.
Met deze werkvorm kun je met de klas in gesprek gaan.

Doel

  • Bespreekbaar maken van het thema roken/vapen
  • Informatie overbrengen over roken/vapen
  • Bewustwording van foutieve aannames rondom roken/vapen
  • Bewustwording (groeps)gedrag
  • Effecten zien van groepsgedrag
  • Leren van elkaars inzichten
  • Verschillen (h)erkennen in elkaars visie

Voor wie

Bovenbouw PO
VO
MBO

Werkwijze

Dit keer twee werkvormen. Met de eerste ga je in gesprek met leerlingen met behulp van stellingen al dan niet met gebruik van de PowerPoint-presentatie. Met de tweede gaan leerlingen kleine scenes maken met behulp van de stellingen. Je kunt er ook voor kiezen om een van de twee werkvormen te doen.

  • Print de stellingen uit: KLIK HIER
  • En en of download de PowerPointpresentatie met de stellingen KLIK HIER
  • Kies de stellingen uit die je wilt gebruiken




Werkvorm met rode of groene kaart

  • Maak voor iedere leerling een groen en een rood kaartje.
  • Laat de door jou uitgekozen stellingen van de PowerPoint zien.
  • Vervolgens moeten ze na het zien van de stelling een van beide kaartjes omhooghouden. Groen als ze het eens zijn met de stelling en Rood wanneer ze ertegen zijn.
  • Geef verschillende leerlingen de beurt om argumenten voor of tegen de stelling te geven.
  • Vul aan met relevante en correcte informatie
  • Kijk na het bespreken van de stelling of er leerlingen zijn die van gedachten zijn veranderd.

Werkvorm met scenes

  • Laat leerlingen in tweetallen of kleine groepjes twee of drie stellingen uitkiezen.
  • Ze moeten nu met behulp van de stelling een klein verhaaltje bedenken en dat ook uitspelen.
  • Een van de gekozen stellingen is de begin-zin van de scene.
  • Leg uit: Iedere scene heeft een begin, een midden en een duidelijk einde.
  • Geef leerlingen niet te lang de tijd om te bedenken en te repeteren: ervaring leert dat vijf tot tien minuten voldoende is.
  • Vertel leerlingen dat in een theatervoorstelling eindeloos geoefend wordt. Dus als het resultaat minder geslaagd is dan kinderen vooraf hoopten, ligt het vooral daaraan.
  • Dit maakt de presentatie achteraf ‘veiliger’.

Meer informatie





Huiswerk onzin?

Huiswerk maken gaat bij de start van het schooljaar goed maar dan komt er vaak de klad in. Het opgeven van huiswerk heeft voordelen en nadelen. Wat is de zin of onzin van huiswerk?Dit keer een werkvorm om het met een klas te hebben over huiswerk maken. Door het spelen van de bingo krijgen leerlingen zicht op hoe klasgenoten tegen huiswerk maken aankijken. Ook krijg jij als docent/mentor zicht op hoe leerlingen denken over huiswerk en hoe ze ermee omgaan.
Hierdoor kun je met leerlingen in gesprek gaan over de zin en onzin van huiswerk en mogelijk tot nieuwe/andere afspraken komen.

Belangrijk om niet alleen de bingo te spelen maar juist na iedere stelling te vragen aan leerlingen waarom ze het eens of oneens zijn met de stelling. Of waarom juist deze stelling bij hun manier van ‘huiswerken’ past. Omdat leerlingen stellingen op hun bingokaart doorstrepen of markeren kun je wanneer je de kaarten ingeleverd worden zien wat leerlingen vinden van huiswerk. Tijdens een (mentor)gesprek zou je daar op terug kunnen komen.

Ook interessant is om deze bingo een keer met het team te spelen. Het woordje ‘ik’ moet dan gelezen worden als ‘mijn leerlingen/studenten’. Hierop zou een gesprek kunnen plaats vinden over de zin of onzin van huiswerk. Wellicht ook een manier om huiswerk tijdens een ouderavond bespreekbaar te maken.

Doel:

  • Op een speelse manier huiswerkperikelen bespreekbaar maken
  • Elkaar beter leren kennen
  • Bewust worden van de manier waarop leerlingen met huiswerk omgaan
  • Zien dat anderen een andere keuze maken
  • Nadenken over de zin en onzin van huiswerk.

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • Mbo

Werkwijze:

  • Print de bingokaartbladen en knip of snijd ze over de helft (of laat leerlingen dit doen). Er zijn 46 verschillende bingokaarten gemaakt. Print uit wat je nodig hebt om leerlingen 1 of 2 kaarten te geven. Printbare versie KLIK HIER
  • Print ook de lijst met stellingen die op de kaarten staan uuit: KLIK HIER
  • Geef iedere leerling een (of twee) bingokaart(en)
  • Laat leerlingen hun naam op het bingoblaadje zetten en leg uit dat het de bedoeling is dat ze de kaarten weer inleveren.
  • Lees de stellingen een voor een voor.
  • Laat de leerlingen een hand opsteken als ze het er niet mee eens zijn of omdat het niet bij ze past. Ze zetten dan een kruis door de stelling.
  • Vervolgens vraag je leerlingen hun hand op te steken wanneer ze het er wel mee eens zijn of wanneer de stelling op hen van toepassing is. Ze highlighten dan de stelling met een markeerstift
  • Vraag na iedere stelling een paar leerlingen waarom ze de stelling afwijzen of omarmen.
  • De eerste leerling die een ‘volle kaart’ heeft roept bingo en krijgt een prijsje (huiswerkvrij?)
  • Speel door tot alle kaarten gevuld zijn. Je kunt ook een tweede of derde prijs verzinnen.
  • Bij een valse bingo volgt een sanctie (liedje zingen?)
  • Laat leerlingen de kaarten inleveren. Bij een mentor gesprek kun je hierop eventueel terugkomen

Verder lezen:





Kennismaken Happertje

Veel leerlingen vinden de start van het nieuwe schooljaar spannend. Leerlingen hebben elkaar vaak de hele lange zomervakantie niet gezien en kunnen onzeker zijn. Zeker wanneer ze in een nieuwe groep starten of beginnen in de brugklas. Veel kennismakingsspelletjes helpen om ervoor te zorgen dat leerlingen zich prettig gaan voelen in de groep. In een klein groepje een ‘happertje’ maken is een leuke activiteit waarbij ze elkaar helpen bij het vouwen en daarna met het happertje met elkaar in gesprek gaan. Over wat ze willen, hopen en verwachten bij voorbeeld.
Mijn ervaring is dat leerlingen in de pauze vaak doorgaan met het anderen bevragen met behulp van het Happertje.

Doel

  • Creëren van een veilige gezellige sfeer
  • Bevorderen positief groepsgevoel
  • (opnieuw) kennismaken
  • Delen van verwachtingen
  • Delen van persoonlijke zaken
  • Op een positieve vooruitkijken naar het nieuwe schooljaar

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • Mbo
  • Hbo

Werkwijze

  • Verdeel de groep in tweetallen of kleine groepjes
  • Print voor alle leerlingen het werkblad uit: KLIK HIER
  • Ik kreeg vragen of ik ook een versie kon maken voor gebruik in de Franse les . Deze versie vind je HIER
  • Laat leerlingen het Happertje uitknippen en vouwen.
  • Sommige leerlingen kennen dit al en kunnen anderen helpen
  • Leerlingen gaan vervolgens elkaar bevragen en in gesprek over die vragen
  • Bespreek klassikaal de opbrengsten na.

Kaartje aan jezelf voor volgend schooljaar





In het onderwijs zijn er twee natuurlijke momenten waarop je met leerlingen een nieuwe start maakt. De jaarwisseling na de kerstvakantie en het nieuwe schooljaar na de zomer. Er wordt dan terug gekeken en er worden nieuwe voornemens gemaakt. Met deze werkvorm kijken leerlingen vooral vooruit. Ze sturen een kaartje aan zichzelf dat ze inleveren bij hun mentor. De mentor geeft dit kaartje aan de nieuwe mentor van de leerling. De nieuwe mentor geeft ze in de beginweken van het nieuwe schooljaar weer terug aan de leerling. Leerlingen kunnen zo kijken of hun goede voornemens en plannen nog steeds hetzelfde zijn. Voor de ‘oude’ mentor is het een hulpmiddel bij de overdracht en de nieuwe mentor kan het kaartje wellicht gebruiken bij het eerste mentorgesprek.

Doel

  • Op een positieve vooruitkijken naar het nieuwe schooljaar
  • Bewust maken van wat goed gaat
  • Bewust stilstaan bij wat belangrijk is
  • Doelen stellen voor het nieuwe schooljaar
  • Kort, praktisch en concreet formuleren van voornemens

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • Mbo

Werkwijze

  • Print voor alle leerlingen het werkblad met het kaartje uit. KLIK HIER
  • Leerlingen knippen de kaart uit en vouwen er een ‘ansichtkaart’ van.
  • Ze beantwoorden de vragen, vullen hun adres gegevens in en wanneer ze tijd over hebben kunnen ze een tekening of wens schrijven in het blanco vakje.
  • Laat leerlingen de kaarten inleveren en bezorg ze via de nieuwe mentor weer teug na de zomervakantie
  • Bespreek na óf klassikaal óf in kleine groepjes.

Complimenten uitdelen









Vaste gewoonten, rituelen helpen het groepsgevoel te versterken en vast te houden. Bovendien draagt het bij aan een diep menselijk verlangen om deel uit te maken van een groter geheel (Regouin, 2007). Vaste gewoonten en rituelen kunnen er ook voor zorgen dat afscheid nemen goed verloopt. Wanneer een groep ophoudt te bestaan kan dat zorgen voor gevoelens van verlies en onzekerheid. Een docent kan samen met leerlingen ‘rituelen’ bedenken om het proces te ondersteunen zonder dat er anomie ontstaat en een vervelende sfeer. Zie ook Nivoz Het Kind (Reijnen, 2018)

De afspraken die in de groep gemaakt zijn moeten ook het laatste stukje van het schooljaar nageleefd worden om onrust te beperken. Ook is het extra belangrijk om de groep een positieve boost te geven. Blijf daarbij de focus leggen op wat wel goed gaat. Zorg samen met de groep dat het schooljaar met z’n allen positief afgesloten kan worden zodat iedereen met een goed gevoel de zomervakantie in kan gaan. En zodat leerlingen met vertrouwen uitkijken naar het komende schooljaar.

Een mooie manier hiervoor is het uitdelen en ontvangen van complimenten.

Doel

  • Leren complimenteren
  • (H)erkennen van eigenschappen
  • Inzicht krijgen in eigen en andermans kwaliteiten
  • Leren delen van kwaliteiten met de groep
  • Anderen helpen kwaliteiten te (h)erkennen
  • Creëren van een veilige gezellige sfeer
  • Bevorderen positief groepsgevoel

Voor wie

  • Bovenbouw PO (basisschool)
  • VO (voortgezet onderwijs)
  • Mbo

Werkwijze:

  • Leg ter inspiratie veel kaarten met vaardigheden en positieve eigenschappen op aan elkaar geschoven tafels in het midden van de ruimte. Je kunt deze zelf maken of de kaarten uit het complimentenspel gebruiken. Voor meer info KLIK HIER.
  • Zet de leerlingen in een grote kring hier omheen.
  • Bespreek:
    • Hoe geef je een compliment op een goede manier?
    • Wat maakt of een compliment ook goed ‘aankomt’?
    • Hoe neem je een compliment in ontvangst?
  • Geef iedereen twee post-its of liever nog etiketjes (die plakken beter)
  • Leerlingen schrijven een echt gemeend compliment op in de vorm van een positieve eigenschap of vaardigheid voor degenen naast wie ze zitten. Daarna plakken ze deze compliment op de rug van elke ‘buur’.
  • Dan gaan leerlingen rondlopen en bekijken de complimenten van anderen.
  • Ze geven hier (positief) commentaar op zonder te verklappen wat er op het etiketje staat. Ze vertellen of ze het herkennen en of het ene compliment beter past dan het andere enz.
  • Na een tijdje gaat iedereen weer zitten en mogen ze hun etiketjes bekijken.
  • Bespreek klassikaal wat hoe leerlingen dit ervaren hebben.
  • Je kunt ook het werkblad gebruiken en daarna met leerlingen de vragen te bespreken. Voor het downloaden van het werkblad KLIK HIER




Zomerse kaartjes raden

Al eerder gebruikte ik deze werkvorm, het is een groot succes. Dit keer heb ik de kaartjes aangepast aan het zomerseizoen en de naderende vakantie. Een vrolijke, laagdrempelige werkvorm die de sfeer positief beïnvloedt, die leerlingen in beweging brengt en die leerlingen leert associëren en de woordenschat spelenderwijs vergroot. Het spel lijkt een beetje op het spel ‘Thirty seconds’. Het is een spel waarbij leerlingen snel enthousiast meedoen. Het zorgt voor een ontspannen gezellige sfeer in de groep. Het zorgt ook vaak voor verrassingen want een leerling waarvan niemand het verwacht kan hier heel goed in zijn. De bijgevoegde kaartjes zijn voorbeeldkaartjes. Gebruik de kaartjes die passen bij de groep en maak desnoods eigen kaartjes.

Doel:

  • Leerlingen durven voor de klas te staan om iets uit te beelden dan wel te omschrijven
  • Vergroten actieve woordenschat
  • Leerlingen leren associëren
  • Plezierig met elkaar in competitie gaan
  • Creëren van een gezellige fijne sfeer

Voor wie

  • Bovenbouw PO (basisschool)
  • VO (voortgezet onderwijs)
  • Mbo

Werkwijze:

Print de pagina met de kaartjes (KLIK HIER) en knip de kaartjes uit.
De leerlingen zetten de tafels aan de kant en zetten de stoelen in een grote v-vorm.
Daarna kan het spel gespeeld worden. Je hebt ook een stopwatch nodig. Dat kan via een smartphone waarbij je een van de leerlingen de rol van tijdbewaker geeft. Of digitaal via het digibord bijvoorbeeld : https://www.online-stopwatch.com/dynamite-timer/full-screen/ dan komt er een geluidssignaal wanneer de tijd om is.

Spelregels:

Verdeel de groep in twee teams en zet deze schuin tegenover elkaar.

Een leerling uit een van de twee teams gaat voor de klas staan en krijgt een minuut de tijd om zoveel mogelijk kaartjes ‘weg’ te spelen. Laat de leerling die aan de beurt is een kaartje zien en deze gaat wat erop staat uitbeelden en/of omschrijven. Het uitbeelden doet de leerling voor het eigen team dat moet raden wat er op het kaartje staat. Zodra het woord geraden is krijgt de leerling het volgende kaartje te zien. Voor ieder weggespeeld kaartje krijgt men een punt.

Zegt een leerling per ongeluk een woord of een gedeelte daarvan dat op het kaartje staat dan telt het kaartje niet mee en volgt een time-out van tien strafseconden waarin niet geraden kan worden. Ik doe dat door hardop van tien terug te tellen naar nul.

Het team dat niet aan de beurt moet stil zijn.

Score wordt bijgehouden op een blaadje.

Variatie

Je kunt dit spel ook spelen met complimentenkaarten. Dan moeten leerlingen een vaardigheid of eigenschap omschrijven die op een kaartje staat. Ze mogen dan de geraden kaart geven aan iemand waarvan ze vinden dat het omschreven compliment het beste past.
Met de complimentenkaarten zijn nog veel meer aansprekende actieve en activerende werkvormen mogelijk. Zeker zo voor de zomervakantie de moeite waard.





Happertje

Happertje om te evalueren en vooruit te kijken




Zo aan het eind van het schooljaar is het goed om terug te kijken en vooruit te blikken. Soms zijn leerlingen wat onzeker in de laatste weken voor de zomervakantie. Er kan in de klas ook een onrustige sfeer ontstaan: de lange weekenden en extra vrije dagen zorgen voor het doorbreken van de dagelijkse routine. Soms zullen leerlingen ook ongerust zijn over het komend schooljaar.
Terugkijken op wat er leuk was en goed ging en vooruitkijken naar de komende weken, de vakantie en het komend schooljaar kan een goede manier zijn om onzekerheden weg te nemen en om de sfeer ook het laatste stukje schooljaar goed te houden.
Een speelse manier hiervoor is het werken met een ‘Happertje’. Lekker ontspannen vouwen en in groepjes de vragen beantwoorden.

Doel

  • Op een positieve manier terugkijken op het schooljaar
  • Vooruitkijken naar de komende periode
  • Bewust maken van wat goed gaat
  • Doelen stellen voor komende periode
  • Creëren van een prettige, ontspannen en gezellige sfeer

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • Mbo
  • Hbo

Werkwijze

  • Verdeel de groep in tweetallen of kleine groepjes
  • Print voor alle leerlingen het werkblad uit: KLIK HIER
  • Laat leerlingen het Happertje uitknippen en vouwen.
  • Sommige leerlingen kennen dit al en kunnen anderen helpen
  • Leerlingen gaan vervolgens elkaar bevragen en in gesprek over die vragen
  • Bespreek klassikaal de opbrengsten na.




Doelen formuleren

Soms kan het, tijdens laatste deel van het schooljaar, een uitdaging zijn om leerlingen te motiveren en doelgericht aan het werk te laten gaan. Het is mooi weer. Er zijn wat lange weekends waardoor lessen uitvallen en soms routines worden doorbroken. De eindexamens zijn begonnen wat een andere sfeer geeft op school. Het einde van het schooljaar lijkt dichtbij. Soms met veel toetsen die belangrijk zijn om het jaar met voldoendes af te kunnen sluiten.
Met deze werkvorm gaan leerlingen doelen formuleren. Wat willen ze nog bereiken dit schooljaar en waarom is dat voor hen belangrijk? Ze denken na over hun eigen doelen en hoe ze die kunnen bereiken.

Doel

  • Op een positieve (oplossingsgerichte manier) vooruitkijken naar de komende periode
  • Bewust maken van wat goed gaat
  • Reflecteren op eigen proces
  • Doelen stellen voor komende periode
  • Doelen praktisch en concreet leren formuleren

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • Mbo

Werkwijze

  • Print voor alle leerlingen het vragenlijstje uit: KLIK HIER
  • Maak kaarten met daarop positieve eigenschappen en vaardigheden of gebruik de kaarten uit ‘Complimentenmemory’ gebruiken. Meer info daarover: KLIK HIER.
  • Leg de kaarten goed zichtbaar in het lokaal en laat leerlingen een kaart uitkiezen.
  • Leerlingen vullen het vragenlijstje in. Het is de bedoeling dat ze bij de gekozen kaart een heel praktisch doel formuleren.
  • Laat leerlingen in tweetallen of in een klein groepje in gesprek gaan over wat ze hebben ingevuld om elkaar te helpen om een zo goed en concreet mogelijk beeld te krijgen van wat ze willen bereiken.
  • Er mogen verbeteringen of aanvullingen gedaan worden op wat al is opgeschreven naar aanleiding van dit gesprekje.
  • Bespreek klassikaal de opbrengsten. Leg daarbij de nadruk op vragen als:
    • Zijn er gezamenlijke doelen?
    • Wat kunnen we doen om hieraan te werken?
    • Hoe kunnen we elkaar helpen doelen te bereiken?
  • Het ingevulde vragenlijstje kan een mooi gespreksonderwerp zijn voor een coaching- of mentorgesprek.




Compliment cadeau





Na elke vakantie is het goed om met de groep een positieve gezellige sfeer te creeëren. Na de zomervakantie zijn er de ‘Gouden weken’, na de kerstvakantie heb je de ‘Zilveren weken’. Het zijn periodes waarin positieve groepsvorming centraal staat. Na de meivakantie is het misschien wel extra belangrijk om de groepsdynamiek in de gaten te houden. De zogenaamde ‘Bronzen’ weken zijn aangebroken. Het laatste gedeelte van het schooljaar waarin de sfeer soms omslaat. Leerlingen kunnen extra hun best gaan doen om het schooljaar positief af te sluiten maar soms kunnen leerlingen ook de moed opgeven. Dit heeft effect op de groepsprocessen.
Elkaar bewust complimenteren kan helpen de groepsband te versterken. Een werkvorm die de nadruk legt op positiviteit en aandacht vraagt voor het zien en herkennen van goede eigenschappen en vaardigheden van klasgenoten. Complimenteren kun je leren.

Doel

  • (opnieuw) kennismaken
  • Leren complimenteren
  • (H)erkennen van eigenschappen
  • Inzicht krijgen in eigen en andermans kwaliteiten
  • Leren delen van kwaliteiten met de groep
  • Anderen helpen kwaliteiten te (h)erkennen
  • Creëren van een veilige gezellige sfeer
  • Bevorderen positief groepsgevoel

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • MBO

Werkwijze

Voor deze werkvorm zijn veel (ongeveer 50) verschillende kaartjes nodig met daarop eigenschappen en vaardigheden die leerlingen mogelijkerwijs bezitten of willen verwerven. Het is fijn wanneer er veel kaartjes zijn, er mogen ook dubbele kaartjes tussen zitten: Leerlingen hebben dan wat te kiezen wanneer ze klasgenoten willen complimenteren en soms zal een kaartje geschikt zijn voor meer dan één leerling. Je kunt deze kaartjes zelf maken maar je zou ook ‘Complimentenmemory’ kunnen aanschaffen waarin zo’n 100 stevige kaarten zitten op A5-formaat die voor deze werkvorm heel geschikt zijn.
Voor meer informatie KLIK HIER.
Voor bestellen KLIK HIER.
Wil je de kaartjes zelf maken denk dan aan vaardigheden zoals ‘samenwerken’, ‘luisteren’, ‘geconcentreerd kunnen werken’ enzovoort.

  • Laat de leerlingen in een grote kring zitten.
  • Bespreek:
    • Hoe geef je een compliment op een goede manier?
    • Wat maakt of een compliment ook goed ‘aankomt’?
    • Hoe neem je een compliment in ontvangst?
  • Deel alle complimentenkaarten uit in de groep zodat iedereen nu minstens drie of meer kaarten heeft.
  • Leerlingen die een ‘dubbele’ kaart hebben mogen ruilen.
  • Om de beurt gaan leerlingen nu een kaart ‘cadeau’ geven aan een medeleerling waaraan ze meteen moesten denken toen ze de kaart kregen.
  • Als een leerling de kaart aan een medeleerling geeft wordt de volgende zin afgemaakt: “Ik geef je deze kaart omdat….”
  • Vertel in de instructie dat het de bedoeling is dat iedereen aan het eind van de les complimenten-kaarten heeft gekregen en niet dat een leerling tien kaarten heeft en een ander geen.

    Tip
  • Vraag na iedere uitgedeelde kaart verduidelijking waarom deze leerling juist deze kaart krijgt. Leerlingen zijn geneigd de motivatie erg kort of algemeen te houden.
  • Wanneer een leerling een van de kaarten zelf willen houden omdat ze vinden dat ze zelf deze eigenschap of vaardigheid hebben dan mag dat maar dan moeten ze wel uitleggen waarom.




Bordspel ‘Ik zou…’

Door het hele jaar is het goed om een kennismakingsspel te doen. Na een vakantie kan de dynamiek in een groep veranderen. Om leerlingen weer op een lijn te krijgen, om de sfeer positief te beïnvloeden en om de onderlinge band te versterken zijn dit soort activiteiten nuttig en nodig. Een kennismakingsspel waarbij leerlingen op niet alledaagse vragen antwoord geven.

Doel

  • Elkaar opnieuw beter leren kennen
  • Bevorderen positief groepsgevoel
  • Ontspannen nadenken over mogelijkheden
  • Uitwisselen ideeën
  • Versterken onderlinge band

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • Mbo

Werkwijze

  • Print het bordspel uit op A3-formaat. KLIK HIER
  • Print de kaartjes uit. KLIK HIER
  • Er is ook een dobbelsteen nodig. Eventueel kan ook een digitale dobbelsteen gebruikt. worden via het smartboard.
  • Verdeel de klas in vier of vijf groepen, ieder groepje is één speler.
  • Leg het spel op een tafel en draai het stapeltje kaarten ondersteboven.
  • Laat de leerlingen in groepjes erom heen plaatsnemen.
  • Ieder groepje kiest uit de spullen die ze bij zich hebben iets kleins uit dat als ‘pion’ kan dienen
  • Zet de pionnen in het vakje start.
  • Om de beurt gooit iemand in het groepje de dobbelsteen. Ze verplaatsen de pion naar een vakje en kiezen een kaartje. Ze lezen de vraag en bespreken kort in hun groepje welk antwoord ze willen geven.
  • Komen ze op 3+ dan moeten ze 3 plaatsen vooruit, komen ze op 4- dan moeten ze 4 plaatsen achteruit. Komen ze op ‘Naar start’ moeten ze weer vooraan beginnen.
  • Het eerste groepje dat bij de finish komt wint.

Variatie

  • Verdeel de klas in groepjes en geef ieder groepje een uitgeprint spel
  • Bespreek daarna klassikaal de leukste of opvallendste antwoorden.




Blind vertrouwen

Geen blinddoek? Hebben de mondkapjes weer nut…

Durven leerlingen op elkaar te vertrouwen? Deze werkvorm gaat over vertrouwen, over durven loslaten, over samenwerken en zorgvuldig communiceren. Maar ook over verantwoordelijkheid nemen en betrouwbaar zijn. De ene leerling neemt de ander (geblinddoekt) mee door de ‘jungle’ waarin allerlei obstakels zijn: blind vertrouwen…

Doel

  • Versterken samenwerking
  • Verbeteren communicatie
  • Elkaar vertrouwen
  • Zorgvuldig formuleren
  • Plezier
  • Versterken onderlinge band
  • Bevorderen positief groepsgevoel

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • Mbo

Werkwijze

  • Maak ruimte in het lokaal
  • Zet voor ieder een stoel in een grote kring
  • Maak tweetallen en geef de volgende instructie:
    • De ruimte wordt zodadelijk een ‘jungle’ waar de een de ander veilig doorheen moet loodsen.
    • Een van het tweetal is de begeleider, de ander is de volger.
    • De volger krijgt een blinddoek voor of sluit de ogen.
    • In de ruimte worden meerdere obstakels gelegd: een tas, omgekeerde stoelen, de prullenbak, een etui of misschien zelfs een medeleerling (die zich niet mag verroeren als het tweetal nadert)
    • De begeleider leidt de geblinddoekte naar de overkant van de ruimte door zo precies mogelijk (alleen mondelinge) instructies te geven. Bijvoorbeeld: “Voor je ligt een tas daar moet je omheen, zet een klein stapje naar links…”
    • De volger maakt heel kleine stapjes.
    • Raakt de volger een obstakel dan zijn ze alle twee af en mag het volgende tweetal
  • Bespreek de oefening goed na met elk tweetal vraag daarbij wat de ander goed deed, welke instructies fijn zijn en welke minder duidelijk. Het volgende tweetal kan dit meenemen in hun poging.
  • Variatie: laat de begeleider meelopen met de volger
  • Variatie 2: laat meerdere tweetallen tegelijk oversteken (hilarisch maar chaotisch)
  • Let op: leerlingen kunnen moeite hebben met het verschil tussen links en rechts…




Voor jezelf opkomenNee-zeggen

Assertiviteit kan leerlingen helpen in sociaal onveilige situaties. We willen graag dat leerlingen op een goede manier voor zichzelf kunnen opkomen, dat ze weerbaar zijn. In de praktijk blijkt dat leerlingen het al moeilijk vinden om ‘Nee’ te zeggen. Met deze werkvorm oefenen leerlingen dit op een speelse, laagdrempelige manier.

Doel

  • Bevorderen positief groepsgevoel
  • Leerlingen bewust maken van de eigen manier van handelen
  • Leerlingen bewust maken van de mate waarin ze voor zichzelf op kunnen komen
  • Leerlingen laten ervaren hoe moeilijk het kan zijn om ‘nee’ te zeggen
  • Leerlingen durven zichzelf te laten zien
  • Leerlingen leren de begrippen assertiviteit en sub-assertiviteit

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • MBO

Werkwijze

  • Geef kort een uitleg over wat assertiviteit is en de verschillen met agressiviteit en sub-assertiviteit
  • Print de werkbladen uit en geef alle leerlingen een blad
  • Leerlingen vullen dit in
  • Bespreek na met de hele groep
  • Maak ruimte in het lokaal
  • Leerlingen gaan in twee rijen tegenover elkaar staan, waarbij ze zelf kiezen tegenover wie ze gaan staan
  • Om de beurt zeggen leerlingen uit een rij duidelijk en overtuigd ‘Nee’ tegen degene aan de overkant.
  • Ze moeten dat doen op verschillende manieren:
    • Fluisterend
    • Twijfelend
    • Vragend
    • Heel stellig
    • Kwaad
    • Woedend
    • Heel hard
    • Niet hard maar wel heel duidelijk
  • Bespreken wat dingen helpend is om overtuigend te klinken (stevig rechtop staan, oogcontact, rust en duidelijkheid)
  • Dan zetten leerlingen in tweetallen een stapje naar voren en zeggen om de beurt ‘nee’ op zo’n manier dat iedereen dit gelooft.
  • Wie van de twee is het meest overtuigend en waarom?
  • Nu gaan drie leerlingen die in de ene rij achteraan staan vooraan staan: nu heeft iedereen iemand tegenover zich waarvoor die níet zelf heeft gekozen. Het ‘nee-zeggen’ kan daardoor veel moeilijker zijn.
  • Oefening herhalen
  • Nabespreken




Handig reflecteren

Doel

  • Bevorderen positief groepsgevoel
  • (H)erkennen van eigenschappen
  • Leren reflecteren
  • Leren geven en ontvangen van feedback

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • MBO

Werkwijze

  • Print voor alle leerlingen het werkblad uit. Download dit werkblad: KLIK HIER
  • Leg ter inspiratie kaarten met positieve eigenschappen en vaardigheden zichtbaar in de ruimte. Je kunt hiervoor zelf kaarten maken of de kaarten uit ‘Complimentenmemory’ gebruiken. Meer info daarover: KLIK HIER.
  • Leerlingen beantwoorden de vragen in stilte voor zichzelf.
  • Daarna bespreken ze wat ze hebben ingevuld in tweetallen of een klein groepje.
  • Bij het maken van de vragen de leerlingen laten beginnen bij het positieve: de duim. Bij het nabespreken beginnen bij de pink zodat ze het positieve (van de duim) vasthouden.
  • Plenair kunnen vervolgens leerlingen die dat willen hun antwoorden delen.
  • Pas op: deze oefening is moeilijker dat het lijkt. Het is goed om zelf het eerst in te vullen om de oefening te ervaren zodat je beter voorbereid bent op vragen.
  • Laat de leerlingen het werkblad inleveren zodat er later eventueel op teruggekomen kan worden in een mentorgesprek bv.




Wie is de held?

Yes super held

Iedereen een held?

Nee, niet iedereen is een held. Wel kan iedereen heldhaftig zijn. Niemand is een superman of supervrouw. Maar iedereen kan wel iets doen dat voor anderen ‘super’ is. Dat is waar deze werkvorm om draait. Een groep wordt een supergroep wanneer iedereen zich prettig voelt, waarin iedereen durft te zeggen wat ie wil zeggen. Waarin groepsleden naar elkaar luisteren. Waarin iedereen zich op zijn gemak kan voelen, lekker kan (samen)werken en er een goede sfeer hangt. Een groep waarin iedereen zich verantwoordelijk voelt voor de groep. In een supergroep helpen leerlingen elkaar, kunnen ze voor zichzelf en voor anderen opkomen en geven ze elkaar complimenten. In zo’n groep accepteren leerlingen elkaar en hebben er begrip voor dat iedereen anders is.

Doel

  • Bevorderen positief groepsgevoel
  • Bewust worden van de invloed die je kunt uitoefenen
  • Focus van leerkracht en leerlingen leggen op dat wat goed gaat
  • De groepsdynamiek positief beïnvloeden
  • Versterken van onderlinge betrokkenheid
  • Aandacht richten op positieve eigenschappen van klasgenoten
  • Inzicht krijgen in het beeld dat leerlingen hebben over klasgenoten

Voor wie

  • Bovenbouw basisschool (PO)
  • Onderbouw voortgezet onderwijs (VO)

Werkwijze

Vouw voor iedere leerling een briefje twee keer dubbel. Op één briefje staat ‘held’. Geef alle leerlingen een opgevouwen briefje. Een willekeurige leerling krijgt het briefje waarop ‘held’ staat. Benadruk dat niemand mag weten wie het is want aan het eind van de dag is pas de onthulling. Indien de werkvorm uitgevoerd wordt in het voortgezet onderwijs: de volgende les.

Hij of zij is de held van de dag en daarmee degene die de hele dag aardige dingen doet. Dat kan bijvoorbeeld het geven van eerlijke, goede complimenten zijn, het helpen van iemand, het ongevraagd iets opruimen, enz. De held van de dag doet zijn werk zo onopvallend mogelijk. De klas moet aan het eind van de dag raden wie de held is. Om dat zo moeilijk mogelijk te maken gaan andere leerlingen ook ‘heldendaden’ verrichten en complimenten uitdelen. Om leerlingen te helpen kun je kaarten met complimenten in de klas leggen. Die kun je zelf maken of gebruik de kant en klare kaarten uit ‘Complimentenmemory’.

Zet aan het eind van de dag (of de volgende mentorles) op het bord de namen van de leerlingen die genoemd worden als mogelijke helden. Aan degene die een leerling noemt wordt gevraagd waarom en wanneer deze leerling ook een held was. Ook deze leerlingen krijgen dan een positieve boost. Ten slotte mag de echte ‘held’ opstaan.

Vragen vooraf aan de groep:
  • Wat maakt een held in de eerste plaats een held?
  • Hoe gaat een held onder andere gewoonlijk te werk?
  • Wat kan de held bijvoorbeeld op school en in de klas doen?
Vragen achteraf aan de groep:
  • Wat gebeurde er in de groep doordat er een held van de dag was?
  • Waardoor hebben “heldendaden” bijvoorbeeld effect?
  • Hoe kon je weten of de held de echte held was?
  • Wat is de leukste of mooiste heldendaad die je zag?
Vragen achteraf aan de ‘held’:
  • Waardoor was het moeilijk om een held te zijn?
  • Wanneer was het juist gemakkelijk?
  • Wat of wie maakte het moeilijk ofwel makkelijk?
  • Wie of wat was daarnaast helpend?
  • Wat zou je een volgende keer anders doen?
Variaties:

Dit kan een herhaald worden met (terwijl leerlingen dat niet weten) kleine variaties.

  • Geef  meerdere leerlingen een briefje met ‘held’ te geven
  • Geef niemand een briefje met ‘held’
  • Geef iedereen een briefje met ‘held’

Literatuur
Dirk van der Wulp: Tijdschrift voor Kinder- en Jeugdpsychotherapie 2008 KLIK HIER
Fredrike Bannink: Optimaal Onderwijs 2021





Absurde dialoog

Een werkvorm waarbij leerlingen op een creatieve manier omgaan met taal en stukjes tekst, ze schrijven in tweetallen een absurde dialoog. Er worden dialogen geschreven die niet alleen absurd maar ook hilarisch kunnen zijn. Dit komt omdat ze van elkaar niet weten wat de ander heeft opgeschreven. Ook leerlingen die niet graag schrijven gaan hiermee enthousiast aan de slag. Een werkvorm om op een speelse manier bezig te zijn met taal en die tevens de sfeer in de groep positief beïnvloedt.
Natuurlijk kan deze werkvorm ook ingezet worden bij de vreemde talen.

Doel

  • Bevorderen creativiteit.
  • Spelen met taal
  • Positieve groepsvorming
  • Plezier

Voor wie

  • Bovenbouw basisschool (PO)
  • Voortgezet onderwijs (VO)
  • MBO

Werkwijze 

  • Leerlingen krijgen allemaal een ‘dialoog’ a-4tje. Voor een uitprintbare versie KLIK HIER
  • Verdeel de leerlingen in tweetallen.
  • Ze gaan samen een dialoog schrijven op de volgende (absurde) manier.
  • Ze schrijven als eerste zin een begroeting en een compliment op. Dit is gericht aan een personage, niet aan de medeleerling, aan zo maar iemand. Als ze de zin hebben opgeschreven vouwen ze de tekst weg zodat de ander dit niet ziet. Vervolgens wisselen ze van papier.
  • De volgende regel bestaat uit een bedankje met een reactie. Ze hebben het compliment niet gezien maar verzinnen gewoon iets. Opnieuw wegvouwen en opnieuw wisselen. De volgende zin bestaat uit een vraag, de volgende een antwoord. Zie onderstaand instructievoorbeeld. Om het voorbeeld uit te printen KLIK HIER
  • Voor sommige klassen is het slim ze er van te voren op te wijzen dat de dialogen voorgelezen gaan worden en dat de taal die ze gebruiken niet ongepast mag zijn.
  • Als de laatste zin is opgeschreven vouwen ze de briefjes open en lezen ze het geheel aan elkaar voor.
  • Samen kiezen ze de leukste dialoog uit en lezen die voor aan de klas.
  • Wanneer er tijd over is kunnen de dialogen ook uitgespeeld worden.
  • Opdracht is dan: Hoe kun je met een absurde tekst door middel van ‘stil’ spel en handelingen toch een logische scene maken.

Luisteren naar lichaamstaal

Leerlingen zijn zich niet altijd bewust van hun non-verbale communicatie. Met deze werkvorm leren leerlingen dat ze zonder woorden te gebruiken heel veel kunnen zeggen.
Verbale communicatie is dat wat je zegt met woorden.
Non-verbale communicatie is dat wat je zegt zonder woorden.
Lichaamstaal is veel krachtiger dan wat je met woorden kunt zeggen. Wanneer iemand iets met woorden zegt maar met zijn lijf iets anders laat zien worden niet de woorden maar de lichaamstaal geloofd.
Een werkvorm die op actieve en vaak hilarische wijze duidelijk maakt hoe veelzeggend lichaamstaal kan zijn.

Doel

  • Bewust worden van verschil tussen verbale en non-verbale communicatie
  • Bewust worden hoe veelzeggend non-verbale communicatie kan zijn
  • ‘Lezen’ van emoties uit lichaamstaal
  • Uitbeelden van emoties met alleen lichaamstaal
  • Bewust worden van belang van lichaamstaal
  • Positieve groepsvorming
  • Plezier

Voor wie

  • Bovenbouw basisschool (PO)
  • Voortgezet onderwijs (VO)
  • Onderbouw MBO

Werkwijze 

  • Print het blad met situaties uit: KLIK HIER
  • Knip de verschillende situaties uit
  • Zet acht stoelen voor de klas en nodig leerlingen uit om iets te komen uitbeelden.
  • Leerlingen mogen tijdens het uitbeelden niet praten maar moeten zich inleven in de situatie die ze te zien krijgen
  • Laat het strookje zien aan alleen de acht leerlingen
  • Tel af en pas na het aftellen beginnen ze met uitbeelden
  • Laat dit even duren tot de ‘scene’ duidelijk is
  • De rest van de klas gaat pas raden wat de situatie is wanneer de ‘scene’ is stilgelegd
  • Nodig vervolgens acht andere leerlingen uit.
  • Na iedere situatie kort nabespreken. Mogelijke vragen:
    • Wat hebben deze leerlingen goed gedaan tijdens het uitbeelden?
    • Wat maakte dat je wist wat er aan de hand was?
    • Wat maakt het grappig?
    • Waren hier woorden nodig geweest om te weten wat er aan de hand was?
  • Tijd over? Dan zijn de volgende filmpjes leuk om te laten zien:

Het gerucht

Een oefening waarbij duidelijk wordt dat wanneer je iets doorvertelt het nooit een exacte weergave is van het oorspronkelijke verhaal. Leerlingen gaan nadenken over wat dat betekent wanneer ze luisteren naar roddels en wat het effect kan zijn van het doorvertellen van geruchten.

Doel

  • Leren gericht en objectief luisteren
  • Trainen van het geheugen
  • Bewustwording van de effecten van doorvertellen
  • Ervaren dat bij doorvertellen het nooit een exacte weergave kan zijn van het oorspronkelijke verhaal
  • Herkenning van het mechanisme bij doorvertellen
  • Bewustwording van de gevolgen van verhalen doorvertellen
  • Leerlingen de koppeling laten maken naar roddelen en de effecten daarvan
  • Bewust worden dat goed luisteren alleen niet genoeg is om de ‘waarheid’ te weten

Voor wie

  • Bovenbouw basisschool (PO)
  • Voortgezet onderwijs (VO)
  • Onderbouw MBO

Werkwijze 

  • Print de verhalen uit. KLIK HIER
  • Zet voor de klas een ‘luister’-stoel.
  • Vier of vijf leerlingen wachten op de gang.
  • Een leerling zit op de luisterstoel en hoort het verhaal uit eerste hand van de docent die het voorleest.
  • De eerste leerling wordt van de gang gehaald en gaat op de luisterstoel zitten. De leerling die op de stoel zat wordt nu de verteller. De leerling moet proberen het verhaal zo goed mogelijk door te vertellen.
  • Vervolgens gaat de leerling die geluisterd heeft de volgende halen en vertelt het verhaal zoals deze het onthouden heeft door. En zo gaat het door.
  • De laatste leerling vertelt uiteindelijk de laatste versie aan de groep.
  • Het ‘publiek’ moet zo stil mogelijk zijn en moet proberen niet te reageren wanneer er fouten insluipen. Dat kan soms erg moeilijk zijn.
  • Probeer ervoor te zorgen dat alle leerlingen een keer op de ‘luisterstoel’ gezeten hebben.
  • Vaak blijft er maar weinig over van het oorspronkelijke verhaal. Het is goed om aan het eind het originele verhaal nogmaals voor te lezen.
  • Bespreek klassikaal na aan de hand van onderstaande vragen en/of laat leerlingen een werkblad invullen. Voor een printbare versie van het werkblad: KLIK HIER

Vragen voor de nabespreking:

  • Hoe komt het dat het verhaal verandert?
  • Wat valt vooral op?
  • Wat gebeurt er met de nonverbale communicatie en de lichaamstaal. Hoe komt dit?
  • Wat betekent dit voor wanneer je zelf een verhaal over iemand hoort?
  • Wat kunnen de gevolgen zijn van zo’n doorverteld verhaal?

Werkblad
Om het geleerde op persoonlijke, reflectieve manier te verwerken kunnen leerlingen het werkblad invullen. Het kan ook een mooie huiswerkopdracht zijn.

Stellingen over complimenten

Het is raar met complimenten. Soms komt een compliment echt binnen en gloei je van trots. En soms kan precies hetzelfde compliment totaal nietszeggend zijn. Soms is een compliment zo fout dat je je juist niet gewaardeerd of gezien voelt.
“Een compliment voor de één is een straf voor een ander’’ wordt weleens gezegd. En dat klopt ook wel. Wanneer op school een leerling een compliment krijgt zullen er altijd klasgenoten zijn die denken ‘En ik dan?’ en zich niet gezien, niet erkend en niet gewaardeerd voelen.

Ik geloof in de kracht van complimenten en ik denk dat wanneer het zorgvuldig wordt ingezet het dezelfde heilzame werking kan hebben als positieve feedback. Complimenten gebruiken als beloning, als middel om gedrag te veranderen is iets anders en kan daardoor minder positief werken.  Complimenten kunnen zelfs schadelijk zijn wanneer ze worden ingezet om te manipuleren.

Voor een team kan het goed zijn om het gesprek over complimenten aan te gaan en een mooi hulpmiddel daarbij is gebruik maken van stellingen.

Voor wie

Docenten in het onderwijs
Begeleiders Kinderopvang
Coaches
Iedereen die met groepen werkt

Werkwijze

Stellingen zijn op talrijke wijze in te zetten. In dit geval noem ik enkele manieren om het gesprek op gang te brengen. Om de kaartjes uit te printen KLIK HIER.

  • Leg de kaartjes, die voor jouw team het meest relevant of aansprekend zijn, verspreid op tafel in de docentenkamer en hoop op een spontane discussie tijdens de pauze of een tussenuur.
  • Hang iedere dag een paar andere kaartjes op het mededelingenbord met een leeg A-4tje eronder zodat collega’s op de stellingen kunnen reageren.
  • Gebruik de stellingen als een Energizer tijdens een teambijeenkomst, vergadering of studiedag. Deel hiervoor kaartjes random uit aan collega’s en vraag ze om de beurt om een reactie. Ook nu: kies kaartjes die voor jouw team het meest relevant of aansprekend zijn.
  • Maak ruimte tijdens een teambuildings-dag of studiedag en bespreek dit onderwerp wat meer uitgebreid.
  • Verdeel het team in groepjes en geef iedere groepje eenzelfde setje kaartjes met stellingen om over te praten. Laat iedere groepje kort de opbrengsten van de discussie noteren.
    • Over welke stelling was het meest discussie?
    • Over welke stelling was iedereen het eens?
    • Hoe kunnen opbrengsten van de discussie vertaald worden naar het omgaan met leerlingen/studenten?
  • Bespreek kort de opbrengsten plenair.

Casussen ‘samenwerken

Het geeft soms gedoe in de groep op het moment dat leerlingen gevraagd wordt om in groepjes samen te werken. Door casussen met elkaar te bespreken en/of ze daadwerkelijk uit te spelen ontstaat er inzicht in wat er precies gebeurt en welke mogelijke oplossingen er voor handen zijn.

Doel

  • Samenwerkingsvaardigheden bevorderen
  • Bewust worden van eigen reserves wanneer het gaat om groepswerk
  • Bevorderen positief groepsgevoel
  • Bewust worden van de invloed die je kunt uitoefenen
  • Bewust worden van de eigen rol in een groep
  • Reflecteren op het eigen functioneren in een groep

Voor wie

  • Bovenbouw basisschool (PO)
  • Voortgezet onderwijs (VO)
  • MBO

Werkwijze 1:
Bespreken in groepjes

  • Print de casussen uit. KLIK HIER
  • Verdeel de klas in 6 groepjes
  • Ieder groepje krijgt een casus die ze moeten bespreken.
  • Instructie groepjes:
    • Lees de casus goed door en beantwoordt de volgende vragen:
    • Is de situatie herkenbaar?
    • Wat zouden jullie doen in zo’n soort situatie?
    • Wat kunnen daarvan de gevolgen zijn?
    • Wat zijn andere manieren om hiermee om te gaan?
    • Welke manier is volgens jullie het beste?
    • Welke manier maakt de problemen groter?
  • Bespreek de opbrengsten van ieder groepje klassikaal.

Werkwijze 2:
Scenes maken

  • Print de casussen uit. KLIK HIER
  • Verdeel de klas in 6 groepjes
  • Ieder groepje krijgt een casus die ze moeten uitspelen.
  • Vertel leerlingen dat in een theatervoorstelling eindeloos geoefend wordt. Dus als het resultaat minder geslaagd is dan leerlingen vooraf hoopten, ligt het vooral daaraan.
  • Geef leerlingen niet te lang de tijd om te bedenken en te repeteren: een minuut of tien is voldoende. Dit maakt de presentatie achteraf ‘veiliger’.
  • Instructie groepjes:
    • Lees de casus goed door
    • Bedenk een manier waarop je kunt laten zien hoe dit gebeurt: maak er een scene van.
    • Verdeel de rollen
    • Zorg ervoor dat jullie scene duidelijk begin, midden en een einde heeft.
  • Aan elkaar presenteren en nabespreken.

Vragen voor nabespreking:

  • Wat heeft deze scene ons willen zeggen?
  • Was wat er gebeurde herkenbaar?
  • Wat heeft het groepje leerlingen goed gedaan?

NB: Eigen casussen gebaseerd op praktijk en ervaring

Valentijnsdag: Verkering vragen

Verkering? Fix? Relatie? Leerlingen zijn (net als volwassenen trouwens) onzeker wanneer het om liefde en relaties gaat. Hoe doe je dat, laten merken dat je verliefd bent? Wat moet je zeggen of vragen? Moet je een vriend of vriendin inschakelen? Doe je het ‘life’ of via de telefoon? Valentijnsdag komt eraan dus een goed moment om het over de liefde te hebben.

Doel

  • Onzekerheden over verliefdheid en relatie bespreekbaar maken
  • Nadenken over eigen ideeën en vragen over verliefdheid en relaties
  • Delen van eigen vragen en onzekerheden in de groep
  • Ervaren dat iedereen onzeker kan zijn

Voor wie

  • Bovenbouw basisschool (PO)
  • Voortgezet onderwijs (VO)

Werkwijze

  • Verdeel de klas in groepjes van drie of vier leerlingen
  • Print voor elk groepje stellingen uit, liefst op roze papier. KLIK HIER
  • ieder groepje krijgt de blaadjes met stellingen en een rood, een groen en een wit vel papier
  • Leerlingen knippen de kaartjes uit.
  • Dan lezen ze de stellingen door en beslissen welke afgewezen worden en op een rood vel terecht komen.
  • De stellingen waar men het mee eens kan zijn komen op een groen vel en die waarover men twijfelt op een wit papier.
  • Leerlingen bespreken nogmaals de gemaakte keuzes en plakken de kaartjes op het rode, groene of witte vel.
  • Bespreek de gemaakte keuzes klassikaal
  • Deel daarna de lege stellingenkaartjes uit
  • Leerlingen vullen daarop hun eigen ideeën voor vragen en opmerkingen in
  • Vervolgens vullen ze in wat je zeker niet moet zeggen of doen.

Nabespreking:

– Bespreek met de groep de opbrengsten.
– Leg/hang daarvoor alle vellen met stellingen van de verschillende groepjes bij elkaar.
– Hierdoor ontstaat een beeld van wat de groep vindt.
– Selecteer de vijf vragen en opmerkingen waar de meeste leerlingen blijkbaar achter staan.
– Kies vervolgens de vijf vragen en opmerkingen waarvoor het minst draagvlak is.

Mogelijke vragen:

– Zijn er grote verschillen tussen de groepen?
– Waar zijn de groepsleden het over eens?
– Wat valt op?
– Welke stellingen liggen op het witte vel? Wordt daar verschillend over gedacht?

Meer info

Leerlingen en docenten kunnen meer vragen hebben rondom dit onderwerp Hier vind je meer informatie:

LOB Wat past bij welk beroep?

Hoe kies je een passende vervolgopleiding of een baan? Voor leerlingen lijken de keuzes oneindig wat kiezen moeilijk maakt. Voor verschillende taken en bij bepaalde beroepen zijn soms specifieke eigenschappen belangrijk. Met deze LOB werkvorm denken leerlingen na over welke vaardigheden en eigenschappen bij verschillende beroepen passen.

Wat past bij welk beroep?

Doel

  • Bewust worden van kwaliteiten/vaardigheden die nodig zijn voor bepaalde beroepen
  • Nadenken over eigen kwaliteiten en vaardigheden
  • Bewust worden van eigen (arbeids)competenties
  • Bewust worden van eigen mogelijkheden, kansen en wensen

Voor wie

  • Bovenbouw basisschool (PO)
  • Voortgezet onderwijs (VO)
  • MBO

Werkwijze

Voor deze werkvorm zijn verschillende kaartjes nodig met daarop vaardigheden die leerlingen mogelijkerwijs bezitten of willen verwerven. Het is fijn wanneer er veel kaartjes zijn. Je kunt deze kaartjes zelf maken maar je zou ook ‘Complimentenmemory’ kunnen aanschaffen waarin zo’n 100 stevige kaarten zitten op A5-formaat die voor deze werkvorm heel geschikt zijn. Voor meer informatie KLIK HIER. Voor bestellen KLIK HIER
Wil je de kaartjes zelf maken denk dan aan vaardigheden zoals ‘samenwerken’, ‘luisteren’, ‘is precies’, ‘heeft veel ideeën’ enzovoort.

  • Print de beroepenkaartjes op A4-formaat voor alle leerlingen uit: KLIK HIER
  • Verdeel de groep in tweetallen.
  • Maak kaarten met vaardigheden of gebruik de kaarten van ‘Complimentenmemory’.
  • Leg de kaarten open op aan elkaar geschoven tafels centraal in het lokaal.
  • De leerlingen krijgen een blaadje met daarop 30 verschillende beroepenkaartjes die ze gaan uitknippen.
  • Vervolgens gaan leerlingen in tweetallen overleggen welke twee eigenschappen het best bij een beroep horen.
  • Vervolgens mogen leerlingen de beroepenkaartjes op de complimentenkaarten leggen.

Nabespreking
Bespreek na aan de hand van de volgende vragen:

  • Over welk beroep hebben jullie het langst gediscussieerd?
  • Wat valt op wanneer je naar het resultaat kijkt?
  • Welke complimentenkaart heeft het meeste beroepenkaartjes? Welke het minst?
  • Wie weet welk beroep hij/zij gaat kiezen?
  • Wie weet welk beroep hij/zij zeker niet gaat kiezen? 

Meer info LOB:

https://wij-leren.nl/loopbaanorientatie-begeleiding-loopbanen-vo-leerlingen.php

https://www.nro.nl/sites/nro/files/media-files/effectieve-loopbaanorientatie-en-loopbaanbegeleiding-in-het-vmbo.pdf

Groepsrollen

Groepsrollen ontstaan vanuit de zoektocht naar veiligheid. Het is een basisbehoefte van de mens. Zonder veiligheid kan een leerling zich niet ontwikkelen, niet leren. Als er geen veiligheid is moeten ze voortdurend op hun hoede zijn, steeds klaar zijn om te vluchten of te vechten. Er blijft dan weinig energie over voor andere zaken.
In een groep wil iedereen erbij horen zonder eigenheid te verliezen. Ieder gaat daar op een eigen wijze mee om. De een zal meer ruimte vragen dan de ander. Als een leerling zich veilig voelt zal deze zich betrokken voelen bij de groep en daardoor beter functioneren.
Mensen hebben voorkeursgedrag. In een nieuwe groep of een nieuwe situatie zullen mensen geneigd zijn dit gedrag te laten zien. In een groep ontstaan dan als vanzelf rollen en gedragspatronen. Deze werkvorm geeft inzicht in rollen die leden van een groep mogelijk kunnen aannemen.

Doel

  • Samenwerkingsvaardigheden bevorderen
  • Bewust worden van eigen reserves wanneer het gaat om groepswerk
  • Bevorderen positief groepsgevoel
  • Bewust worden van de invloed die je kunt uitoefenen
  • Bewust worden van de eigen rol in een groep
  • Reflecteren op het eigen functioneren in een groep

Voor wie

  • Bovenbouw basisschool (PO)
  • Voortgezet onderwijs (VO)
  • MBO
  • HBO

Werkwijze

  • Print de groepsrollen uit. Voor een printversie: KLIK HIER
  • Verdeel de klas in kleine groepjes of tweetallen.
  • Geef elke leerling een vel met deze kaartjes en vragen beantwoorden in een werkblad over deze rollen.
  • Voor de printversie van het werkblad: KLIK HIER
  • Nabespreken met de hele klas.
  • Laat leerlingen het werkblad inleveren: is mogelijk een mooie input voor een individueel mentorgesprek.

Literatuur:

Belbin, M. R. (2010). Teamrollen op het werk. Den Haag: SDU uitgevers.
Engelen R, v. (2022). De groepscode. Huizen: Pica.
Remmerswaal, J. (2013). Handboek groepsdynamica. Amsterdam: Boom/Nelissen.
https://www.schoolenveiligheid.nl/kennisbank/groepsdynamica-in-de-klas/
https://www.kieresoe.nl/groepsvorming-en-sociale-veiligheid/

Extra werkvorm om het groepsgevoel te versterken:

Het blijft belangrijk om te investeren in groepsbindende activiteiten: kennismakingsspellen, werkvormen die een positieve sfeer in de groep bestendigen. Een mooie manier daarvoor is werken met ‘complimentenmemory’. De kaarten met positieve eigenschappen en vaardigheden kunnen gekoppeld worden aan de verschillende groepsrollen.
Leerlingen kunnen dan eerst een aantal kaartjes uit het spel kiezen waarvan ze denken dat het bij hen past en daarna kijken in hoeverre dat strookt met de groepsrol die ze zichzelf hebben toebedeeld. Ook hierover kun je als mentor later in gesprek.

HELP! We moeten in groepjes werken!

Veel leerlingen kunnen er tegenop zien om in groepjes te moeten samenwerken. Als ze worden ingedeeld door de docent zijn ze bang voor de samenstelling van die groep, als ze zelf mogen kiezen zijn ze bang verkeerd te kiezen of om buitengesloten te worden.
Tijdens het uitvoeren van een opdracht of taak in groepsverband zijn er weer andere angsten. ‘Straks moet ik alles alleen doen. ‘Straks gaat hij weer de baas spelen’. ‘Straks gaat zij weer de hele tijd grappig zitten doen.’ Straks krijgen we allemaal een slecht punt.’ ‘Straks…’.

Doel

  • Samenwerkingsvaardigheden bevorderen
  • Bewust worden van eigen reserves wanneer het gaat om groepswerk
  • Bevorderen positief groepsgevoel
  • Bewust worden van de invloed die je kunt uitoefenen
  • Reflecteren op het eigen functioneren in een groep

Voor wie

  • Bovenbouw basisschool (PO)
  • Voortgezet onderwijs (VO)
  • MBO
  • HBO

Werkwijze

  • Print het sjabloon uit liefst op A-3 formaat.
  • Verdeel de klas in groepjes van vier.
  • Geef ieder groepje een A-3 vel met in het midden een rechthoek. Vanuit de hoeken van de rechthoek lopen lijnen naar de hoeken van het vel. Voor een sjabloon klik hier.
  • Instructie leerlingen:
    • Iedereen vult één vak met een lijstje waarop staat waar ze tegen opzien wanneer ze in groepjes moeten werken. Individueel en in stilte. Vraag daarbij jezelf af:
      • Waar ben je bang voor als je in een groep moet werken?
      • Waar zie je tegenop als je in een groep moet werken?
      • Wat maakt het moeilijk bij groepswerk?
    • Laat het rechthoekige vak in het midden nog leeg!
    • Als iedereen klaar is ga je om de beurt je lijstje voorlezen aan de rest van je groepje.
    • Tijdens dit voorlezen geeft niemand hierop commentaar!
    • Wanneer iedereen geweest is maak je een top 3 van de meest belangrijke of meest gedeelde zorgen.
    • Deze top 3 schrijf je in het middelste rechthoekige vak.
  • Klassikaal nabespreken en de top 3 van elk groepje kort op het bord zetten.
  • Afsluitend hierbij de vraag stellen: Wat/wie is eigenlijk het/de enige waarop je daadwerkelijk invloed kunt hebben?
  • Het antwoord hierop moet zijn: jezelf en je eigen gedrag.

Survey

Hierna kun je nog een survey houden bv met behulp van het digibord (bv socrative).De leerlingen vullen hun mate van ‘bezorgdheid’ of ‘stress’ tijdens het samenwerken in de volgende situaties:

  • Ik mag mijn partners zelf kiezen voor een kortdurend project
  • Ik mag mijn partners zelf kiezen voor een langdurend project
  • Ik mag mijn partners niet zelf kiezen voor een kortdurend project
  • Ik mag mijn partners niet zelf kiezen voor een langdurend project
  • De docent maakt groepjes
  • Het toeval bepaalt groepjes

De uitkomsten hiervan met de klas bespreken. Leerlingen ook meegeven dat wanneer ze stress ervaren dit ook een positieve kant heeft: het betekent dat ze het in elk geval iets kan schelen.

Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Seksueel grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar maken in de klas is niet altijd gemakkelijk. Niet elke leerkracht voelt zich capabel om dit met leerlingen te bespreken en voelt zich ongemakkelijk bij dit toch precaire onderwerp. Bovendien weet je niet altijd of dergelijke problematiek speelt bij leerlingen in je klas.
Toch is het belangrijk om met leerlingen te bespreken wat wel of niet grensoverschrijdend is. En wat ze dan kunnen doen. Hier is geen duidelijk eenduidig recept voor te geven: iedere situatie is weer anders.
Hierbij werkvormen met stellingen om het praten over grensoverschrijdend gedrag gemakkelijker te maken.
In de eerste werkvorm gaan leerlingen eerst in groepjes aan de slag met stellingen op papier gevolgd door een plenaire bespreking van de opbrengsten.
De tweede werkvorm is een klassikaal gesprek met behulp van een PowerPointpresentatie

Doel:

  • Bespreekbaar maken van seksueel grensoverschrijdend gedrag
  • Respecteren van eigen en andermans grenzen
  • Respectvol om leren gaan met elkaar
  • Bewust worden van eigen en andermans (voor)oordelen
  • Bewust worden van diversiteit in de groep
  • Positieve groepsvorming

Voor wie

  • VO
  • MBO

Werkwijze 1:

  • Print voor elk groepje stellingen uit. KLIK HIER
  • ieder groepje krijgt de blaadjes met stellingen en een rood, een groen en een wit vel papier (A3).
  • Verdeel de klas in kleine groepjes van drie of vier leerlingen
  • Leerlingen knippen de kaartjes uit.
  • Dan lezen ze de stellingen door en beslissen welke afgewezen worden en op een rood vel terecht komen.
  • De stellingen waar men het mee eens kan zijn komen op een groen vel en die waarover men twijfelt op een wit papier.
  • Leerlingen bespreken nogmaals de gemaakte keuzes en plakken de kaartjes op het rode, groene of witte vel.

Nabespreking
– Bespreek met de groep de opbrengsten. 
– Leg/hang daarvoor alle vellen met stellingen van de verschillende groepjes bij elkaar.
– Hierdoor ontstaat een beeld van wat de groep vindt.
– Selecteer de vijf stellingen waar de meeste leerlingen blijkbaar achter staan.
– Kies vervolgens de vijf stellingen waarvoor het minst draagvlak is.

Mogelijke vragen:
– Zijn er grote verschillen tussen de groepen?
– Waar zijn de groepsleden het over eens?
– Wat valt op?
– Welke stellingen liggen op het witte vel? Wordt daar verschillend over gedacht?
– Wie is er, na anderen gehoord te hebben, van gedachten veranderd?
– Zijn er afspraken te maken met de opbrengsten van deze les?

Werkwijze 2:

  • Download de PowerPointpresentatie met de stellingen KLIK HIER
  • Geef alle leerlingen een rood en een groen kaartje.
  • De begeleider leest de stellingen een voor een voor en de leerlingen geven aan of ze het ermee eens zijn (door het opsteken van een groen kaartje) of dat ze het er niet mee eens zijn (rood kaartje).
  • Na iedere stelling kunnen een aantal argumenten voor of tegen de stelling worden uitgewisseld.
  • De begeleider leidt de discussie.

Meer informatie en tips:

Groepsbinding
Wat past bij wie?

Besteed na de kerstvakantie extra aandacht aan de dynamiek de groepsbinding in de klas. De groep is een tijdlang uit elkaar geweest en moet weer wennen. Soms geeft dat gedoe tussen leerlingen. Groepsbindende werkvormen zorgen ervoor dat het groepsgevoel versterkt wordt.
Zeker na vakanties kan het soms lijken of de hele ‘norming-storming’-fase helemaal opnieuw begint. Wanneer je hieraan werkt zal de groep zich herstellen.

Doel:

  • Ontspannen Energizer na een (kerst)vakantie
  • Bewust maken van eigen kennis over klasgenoten 
  • Elkaar beter leren kennen
  • Binding in de groep versterken
  • (H)erkennen van eigenschappen
  • Inzicht krijgen in eigen en andermans kwaliteiten
  • Creëren van een veilige gezellige sfeer
  • Bevorderen positief groepsgevoel

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • MBO

Werkwijze

  • Download het Wat-past-bij-wie-formulier: KLIK HIER .
  • Geef alle leerlingen een formulier en geef ze een minuut of tien de tijd om het in te vullen. Instructie voor leerlingen:
    • Vul het formulier in​
    • Werk in stilte​ en niet ‘spieken’
    • Pas op: je krijgt maar kort de tijd​
    • Per uitspraak mag je in ieder vakje een naam zetten ​(max 9 namen)   
    • Ken je niemand die past bij de uitspraak dan vul je niets in
    • Past de uitspraak bij jezelf: leuk maar niet invullen! Het gaat erom wat je van je klasgenoten weet
    • Wie de meeste namen goed heeft kent de klas het best​
  • Bespreek klassikaal na:
    • Laat op het bord de uitspraken zien
    • Leerlingen steken hun vinger op wanneer een uitspraak bij hen past
    • Leerlingen kijken goed rond en zetten een ‘krul’ bij de namen die ze goed hadden.
    • ‘Krullen’ laten optellen.
    • Iedereen laten opstaan.
    • Degenen die er minder dan vijf goed hebben gaan zitten, vervolgens degenen met minder dan tien, minder dan vijftien enz.
    • Degene die het laatste staat is de ‘Master’ van deze klas wanneer het gaat om kennis van klasgenoten

Tips

  • Er is een vraag (ongeveer halverwege) over wie er een tatoeage heeft: dit leidt tot hilariteit of vragen. Er was echter een van mijn leerlingen die een tatoeage had: een klein puntje op zijn pols met daarin as van zijn oma. Mooi om aan te halen.
  • Hou er vaart in dan blijft het leuk. Laat ze ook niet eindeloos lang doen over het invullen, leerlingen die snel klaar zijn gaan zich dan vervelen.

Werkvormen om het nieuwe jaar in te luiden

In het onderwijs zijn er twee natuurlijke momenten voor een nieuwe start. Het begin van het schooljaar en Nieuwjaar. Deze twee momenten lenen zich om leerlingen te laten terugblikken op het schooljaar tot nu toe en te laten vooruitkijken op de rest van het schooljaar. Hier verschillende  werkvormen om dit te doen. Allereerst een werkblad dat leerlingen kunnen invullen. Ze gaan daardoor reflecteren en heel praktische doelen stellen voor zichzelf. Wanneer ze dit blad inleveren bij de mentor heeft deze een mooi aanknopingspunt voor een begeleidingsgesprek.
Daarnaast vind je twee verschillende kaartjes die leerlingen aan hun toekomstige zelf kunnen sturen. Een kaartje is vooral reflectief gericht het andere kaartje is gericht het op oplossingsgerichte wijze vooruitblikken.
Op een later tijdstip, bv rondom de krokusvakantie, kunnen de kaartjes teruggegeven worden en krijgen leerlingen inzicht in het al dan niet behalen van doelen. Napraten kan in kleine groepjes, tijdens een klassengesprek of in een individueel mentorgesprek.

Doel:

  • Op een positieve (oplossingsgerichte manier) terugkijken op de afgelopen periode
  • Bewust maken van wat goed gaat
  • Bewust maken van wat er al geleerd is
  • Reflecteren op eigen proces
  • Doelen stellen voor komende periode
  • Doelen praktisch en concreet leren formuleren

Voor wie

Bovenbouw PO
VO
MBO

Werkwijze : Werkblad Nieuwjaar

  • download het werkblad: KLIK HIER
  • Laat leerlingen het werkblad invullen.
  • Leerlingen leveren het werkblad in zodat het op een later tijdstip een leidraad kan zijn voor een gesprek met de mentor.

Werkwijze: ‘Kaart aan je toekomstige zelf’:

  • Kies welke kaartjes je leerlingen wil laten invullen.
  • Het eerste kaartje ‘Terugblikken’ is vooral reflectief.

    Terugblikken
    • Het is mij gelukt om….
    • Ik ben veel beter geworden in …
    • Wat ik hoopte is gebeurd: ik….
    • Ik ben blij met…..
    • Ik heb de afgelopen tijd veel ….
    • Ik kan nu heel goed….
    • Ik weet nu een heleboel meer over…
    • Ik ben sterk in….
    • Ik ben dichterbij mijn doel gekomen om …
    • Ik heb geleerd om….

  • Het tweede kaartje ‘Toekomstgericht doelen stellen’ laat leerlingen persoonlijke doelen op haalbare en concrete wijze formuleren op oplossingsgerichte wijze.

    Toekomstgericht doelen stellen
    • Ik hoop dat:
    • Mijn doelen zijn:
    • Die ga ik bereiken door:
    • Het eerste kleine stapje dat ik meteen al kan zetten is:
    • Ik kan hulp zoeken bij:
    • Ik ben tevreden wanneer:

  • Download het kaartje dat vooral terugblikt via deze link
  • Download het kaartje dat vooral doelen leert concretiseren via  deze link
  • Geef leerlingen het uitgeprinte format.
  • Leerlingen knippen dit uit en vouwen er een ‘ansichtkaart’ van.
  • Ze beantwoorden de vragen, vullen hun adres gegevens in en wanneer ze tijd over hebben kunnen ze een tekening of wens schrijven in het blanco vakje.
  • Laat leerlingen de kaarten inleveren en bezorg ze op een later moment bv na de krokusvakantie weer terug.
  • Bespreek na óf klassikaal óf in kleine groepjes.

Nabespreken (wanneer je later in het jaar de kaartjes terug bezorgt)

  • Wat wist je niet meer?
  • Welke doelen heb je ook echt bereikt?
  • Heb je je inderdaad bezig gehouden met dat wat op de kaart stond?
  • Wat vind je nu belangrijker?
  • Wat zou je op een nieuwe kaart opnieuw opschrijven?

Kerstles

De laatste les voor de kerstvakantie kan een mooie invulling krijgen door terug te blikken op het jaar en evalueren op een positieve constructieve manier. Tijdens deze werkvorm gaan leerlingen eerst naar de klas, de groep kijken. Het kan zinvol zijn om de opbrengsten hiervan te delen met anderen die met deze groep werken. Daarna maken leerlingen een persoonlijke evaluatie.

Doel:

  • Op een positieve (oplossingsgerichte manier) terugkijken op de afgelopen periode
  • Bewust maken van wat goed gaat in de groep
  • Bewust maken van wat er al geleerd is
  • Reflecteren op eigen proces
  • Doelen stellen voor komende periode

Voor wie

Bovenbouw PO
VO
MBO

Werkwijze:

  • Tijdens deze les gaan leerlingen evalueren en terugkijken op het schooljaar tot nu toe.
  • Verdeel de leerlingen in groepjes van drie of vier leerlingen.
  • Laat ze in groepjes steeds evaluatieve vragen bespreken en beantwoorden. Geef ze daarbij de opdracht om een positieve insteek te kiezen: het moet geen klachtenuurtje worden.
  • Kies uit deze evaluatievragen de vragen die bij je groep passen of maak eigen vragen:
  • Vragen
    • Wat is het meest positieve aan deze groep?
    • Op welke momenten is het fijn in deze groep?
    • Waar is deze groep goed in?
    • Wat heeft deze groep nodig om goed te kunnen samenwerken?
    • Wanneer kunnen wij het beste werken in de klas?
    • Wat zijn sterke eigenschappen van deze klas?
    • Welke drie woorden zou je gebruiken om deze klas te omschrijven?
    • Noem drie dingen die een nieuwe docent zou moeten weten over deze klas?
    • Noem drie dingen die een nieuwe leerling zou moeten weten over deze klas?
    • Op welk moment of tijdens welke les waren wij als klas supergoed bezig?
    • Welke les of welke werkvorm of oefening moeten we zeker nog een keer doen?
  • Voor een printbare versie van de evaluatievragen KLIK HIER
  • Bespreek de opbrengsten klassikaal en maak bij iedere vraag een top drie van antwoorden en noteer die op het (digi)bord.
  • Welke vaardigheid of compliment past hierbij voor deze groep?
    Laat hierbij óf leerlingen zelf complimenten/vaardigheden bedenken of laat leerlingen kiezen uit complimentenkaarten van het spel ‘Complimentenmemory’ (KLIK HIER voor meer info).

Laat leerlingen tot slot van de les het sterren formulier invullen.
Voor een printbare versie van het sterrenformulier KLIK HIER

Vuurwerk

Op veel leerlingen heeft vuurwerk afsteken een enorme aantrekkingskracht. Ze zijn zich echt wel bewust van de gevaren maar denken van zichzelf dat ze veilig en verantwoord te werk gaan. Daarnaast staan ze er niet bij stil dat ze slachtoffer kunnen worden door fouten van anderen. Zeker in een groep wanneer risico’s bewust worden opgezocht. Verder is het ‘not done’ om een veiligheidsbril te dragen.
Jongeren zijn zich vaak niet bewust van de strafmaat wanneer ze gepakt worden. Ze denken dat ze toch niet gepakt worden en áls ze betrapt worden denken ze ten onrechte dat ze met een waarschuwing of een lichte taakstraf weg komen.
Vuurwerk afsteken is niet alleen spannend het heeft ook een sociaal aspect: Lekker samen grenzen opzoeken. Het nemen van risico’s, het overwinnen van de eigen angst geeft een adrenaline kick. Het bewust overtreden van de wet, door het afsteken van illegaal vuurwerk, maakt het nog spannender.
Ook zijn jongeren geneigd te experimenteren met vuurwerk door combinaties te maken, door kruit uit vuurpijlen te halen, door meerdere stuks tegelijk af te steken of door het vuurwerk ergens in te stoppen. Hierdoor is het effect onvoorspelbaar en nog gevaarlijker.
Belangrijk om met leerlingen hierover in gesprek te gaan.

Doel

  • Bespreekbaar maken van thema’s rondom vuurwerk afsteken
  • Bewustwording (groeps)gedrag
  • Effecten zien van groepsgedrag
  • Bewust worden van eigen verantwoordelijkheid
  • Leren van elkaars inzichten
  • Verschillen (h)erkennen in elkaars visie
  • Gesprek aangaan over verschillen in normen en waarden

Voor wie

Bovenbouw PO
VO
MBO

Werkwijzen

  • Kies een werkwijze die jij prettig vindt werken. De eerste twee zijn actief en activerend en ga je met de hele groep actief aan de slag. Bij de derde werkvorm werken leerlingen in groepjes aan hun tafel en sluit je af met een groepsgesprek. Meer werkvormen die je kunt gebruiken bij het werken met stellingen vind je HIER
  • Start de les met het voorlezen van bij voorbeeld onderstaand verhaal (PO en VO) of lees een actueel artikel uit de krant of tijdschrift voor dat gaat over ongelukken, overlast of regelgeving rondom vuurwerk. Voorleesverhaal uitprinten? KLIK HIER
  • Print de stellingen uit. Voor een printbare download KLIK HIER.
  • Dezelfde stellingen zijn ook te zien in een PowerPoint
  • Bekijk alle stellingen zorgvuldig en kies die stellingen uit die voor jouw groep passend zijn.

Werkwijze:Over de streep light’

  • Voor deze werkwijze is veel ruimte nodig want hierbij komen ze letterlijk in beweging.
  • Er worden steeds stellingen voorgelezen (stellingen kunnen ook tegelijk getoond worden met de PowerPoint via het Smartbord). Groepsleden die het eens zijn met de stelling gaan naar rechts ,degenen die het er niet eens zijn gaan links staan. In het midden mag (nog) niet.
  • Dan gaan groepsleden proberen met argumenten leerlingen laten wisselen van kant.
  • Wanneer iemand een nuance aanbrengt mag iedereen die dit goed vindt een stap naar het midden zetten.
  • Hou vaart in het ‘spel’ en zorg ervoor dat iedereen een inbreng heeft.
  • Leg uit aan leerlingen dat de keuze voor of tegen een stelling vaak moeilijk kan zijn. Zeg dat het niet erg is om van gedachten te veranderen. Nadenken is in essentie van gedachten veranderen…
  • TIP:
    Soms hebben jongeren de neiging om aan één kant te blijven staan. Laat leerlingen bij de eerste stelling kiezen voor links of rechts gaan staan. Wanneer de volgende stelling aan de beurt is moeten ze niet rechts of links gaan staan maar aan voor- of achterzijde van de ruimte. Er zijn dan niet twee maar vier kanten waar leerlingen naar toe kunnen lopen. Ervaring leert dat wanneer leerlingen sowieso in beweging moeten komen ze ook eerder geneigd zijn ècht te kiezen.

Variatie ‘Over de streep light

  • Werk op dezelfde manier als bij variatie 1, alleen laat je nu leerlingen niet zelf voor of tegen een stelling kiezen maar je verdeelt ze in twee groepen. Een groep is vóór en de andere groep is tegen de stelling.
  • Laat leerlingen argumenten bedenken voor een stelling waar ze wellicht helemaal niet achter staan. Zo worden ze bewust van het feit dat je een stelling van twee kanten kunt bekijken.
  • Maak de groepen steeds anders van samenstelling en zorg voor inbreng van iedereen.

Werkwijze: Argumenteren

  • Leg de stellingen die je wil bespreken op grote A3 vellen voor de klas.
  • Verdeel de groep in twee- of drietallen en geef elk groepje een stapeltje post-its.
  • De stellingen worden voorgelezen (stellingen kunnen ook getoond worden met de PowerPoint via het Smartbord).
  • Leerlingen gaan in hun groepje overleggen en vervolgens naar aanleiding van de stellingen een argument voor of tegen bedenken. Dit wordt op een Post-it genoteerd. De Post-its worden op de gezamenlijke flap geplakt die bij de stelling hoort. Bespreek na afloop opvallende uitspraken in de groep: Zijn er overeenkomsten, verschillen? Welke thema’s keren steeds weer terug in het groepsgesprek?

Concentratie: Britse Wachters

Leerlingen oefenen concentratie door een ‘levend standbeeld’ te spelen. Ze spelen ‘Britse Wachters’ die niet bewegen en nergens op reageren. Overige leerlingen spelen toeristen die alles doen om ze aan het lachen/reageren te krijgen. Beide groepen concentreren zich op een andere manier. De Britse Wachters sluiten zich af van hun omgeving en de toeristen komen een voor een aan de beurt. Wanneer ze niet aan de beurt zijn moeten ze stil zijn: de wachters moeten reageren op degene die iets aan het doen is en niet op de rest.
Leerlingen vinden dit een superleuke oefening. Om voor een veilige sfeer te zorgen is het goed om duidelijke instructies te geven

Doel

  • Bewustwording eigen concentratie vaardigheid
  • Bewust leren afsluiten van omgeving
  • Effect ervaren wanneer iemand niet ‘te bereiken’ is
  • Durven ‘gek’ doen voor de klas
  • Versterken positieve sfeer in de groep
  • Creëren van een veilige gezellige sfeer

Voor wie

Bovenbouw PO
VO

Werkwijze

Voor deze werkvorm is ruimte nodig in het lokaal. Een groepje van 6-8 leerlingen staat steeds voor de klas, de overige leerlingen zitten in een ruime halve cirkel aan de kant. Later zullen zij een voor een langs dit groep je lopen. Vraag vooraf wie van zichzelf denkt een goede concentratie te hebben en een levend standbeeld zou kunnen zijn.

Instructie vooraf:

  • Wanneer je voor de klas staat sta je helemaal stil, je mag niet bewegen, niet lachen, niet hoesten. Je kijkt recht voor je uit en reageert niet op wat er gebeurt. Pas als de docent het aangeeft mag je weer bewegen. Dat kan soms best lang duren.
  • De overige leerlingen zijn ‘toeristen’ en lopen één voor één langs en proberen de Britsen Wachters aan het lachen te maken. Ze houden zich aan de volgende regels:
  • geen onaardige dingen zeggen of zaken noemen die privé zijn
  • geen schrik effecten veroorzaken
  • 2 meter afstand bewaren: de Britse Wachter niet aanraken
  • Je mag alles doen: vogeltjesdans, moppen tappen, radslag doen, gekke bekken trekken enz
  • Let wel: je bent op school dus ongepaste opmerkingen of gedragingen zijn niet toegestaan
  • De docent is de scheidsrechter/jury bent en niet klasgenoten!
  • Laatste die overblijft is de winnaar.
    • Wachters mogen met hun ogen knipperen en ademhalen: verder niets, niet niezen, krabben, wiebelen of (glim)lachen: is af.Leerlingen die af zijn sluiten aan bij de ‘toeristen’.

Het is goed om de leerlingen vóór de klas even te helpen om in de concentratie te komen
Nabespreken. Kloppen de eigen verwachtingen van leerlingen?
Laat leerlingen tot slot een evaluatieformulier invullen waarin ook meer info staat over concentratie en hoe dat bij deze leerling werkt.

Voor het downloaden van het evaluatieformulier KLIK HIER

Groepsdruk

Bij een groep horen is belangrijk. Zeker voor jongeren. Door groepsdruk wordt duidelijk welke ‘sociale normen’ er in de groep heersen. Welk gedrag is gepast, welk gedrag moet je vertonen om erbij te horen. Wanneer binnen een groep risico’s nemen de norm is zal een jongere beïnvloed worden om dit ook te doen. Het kan ook positief uitpakken wanneer de groep juist positief gedrag stimuleert. Groepsdruk wordt niet altijd bewust uitgeoefend. Jongeren zijn zich vaak niet bewust van de druk die de groep heeft op hun gedrag. Deze werkvorm/les helpt daarbij.

Doel:

  • Positieve groepsvorming
  • Bespreekbaar maken van thema’s rondom groepsdruk en sociale (on)veiligheid
  • Bewustwording eigen (groeps)gedrag
  • Handvaten geven om eigen rol te durven pakken
  • Opkomen voor anderen

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • MBO

Werkwijze

Voor deze werkwijze is een PowerPointpresentatie nodig. Download deze HIER
In de PowerPoint presentatie zijn meerdere YouTubefilmpjes opgenomen die allemaal gaan over groepsdruk.
Bespreek na ieder filmpje met de klas wat er is opgevallen, wat ze zelf zouden doen in een dergelijke situatie of hoe ze dit zouden oplossen en wat daarvoor nodig is.

Literatuur en bronnen

https://www.researchgate.net/publication/254826165_Een_studie_naar_het_concept_groepsdruk/link/00b49538374ab6e2fe000000/download

https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2017/01/als-je-vrienden-in-de-sloot-springen%E2%80%A6

https://wegwijzerjeugdenveiligheid.nl/documenten/een-studie-naar-het-concept-groepsdruk

Vaardigheden eigen maken

Voor downloaden KLIK HIER

Steeds vaker wordt het belang benadrukt dat leerlingen vaardigheden zoals de 21st century skills bezitten. Hierover is veel info te vinden bijvoorbeeld via de SLO  of Leraar24.
Maar vragen we weleens aan leerlingen zélf hoe dit soort vaardigheden geleerd kunnen worden? Deze werkvorm kan hierbij worden ingezet. Leerlingen gaan in groepjes bedenken hoe een vaardigheid geleerd kan worden, welke stapjes daarvoor gezet kunnen worden en wie of wat daarbij kan helpen.

Doel

  • (H)erkennen van vaardigheden
  • Bewust worden van de mogelijkheden en voordelen van vaardigheden
  • Inzicht krijgen in eigen en andermans vaardigheden
  • Leren van elkaars inzichten
  • Leerlingen bewust maken van hulpbronnen
  • Bevorderen positief groepsgevoel
  • Samenwerkingsvaardigheden bevorderen

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • MBO

Werkwijze

Voor deze werkvorm zijn verschillende kaartjes nodig met daarop vaardigheden die leerlingen mogelijkerwijs bezitten of willen verwerven. Het is fijn wanneer er veel kaartjes zijn, er mogen ook dubbele kaartjes tussen zitten: Leerlingen hebben dan wat te kiezen en soms zal een kaartje geschikt zijn voor meer dan één leerling. Je kunt deze kaartjes zelf maken maar je zou ook ‘Complimentenmemory’ kunnen aanschaffen waarin zo’n 100 stevige kaarten zitten op A5-formaat die voor deze werkvorm heel geschikt zijn. Voor meer informatie KLIK HIER. Voor bestellen KLIK HIER
Wil je de kaartjes zelf maken denk dan aan vaardigheden zoals ‘samenwerken’, ‘luisteren’, ‘geconcentreerd kunnen werken’ enzovoort. Zie voor meer vaardigheden die passen bij 21st century skills de website van Leraar24
Voor een printbare versie van het stappenplan KLIK HIER

  • Print het stappenplan 12 keer uit op A4 formaat.
  • Maak kaartjes met vaardigheden of kies geschikte vaardigheden uit ‘Complimentenmemory’.
  • Verdeel de klas in 4 groepen en geef iedere groep 3 kaarten en 3 stappenplannen (voor iedere vaardigheid een).
  • Iedere groep gaat overleggen en de stappenplannen invullen per vaardigheid.
  • Bespreek klassikaal de opbrengsten.
    Nabespreking
  • Wat valt op?
  • Hebben de groepjes het verschillend aangepakt?
  • Hoe zouden leerlingen zelf zo’n stappenplan kunnen gebruiken?

Werkvormen Paarse Vrijdag

Paarse vrijdag is de dag waarop scholieren en studenten door het dragen van de kleur paars op school hun solidariteit kunnen tonen met LHBTI+’ers. Hier een aantal werkvormen om paarse vrijdag aan te grijpen om meer begrip te krijgen voor diversiteit. Bekijk de stellingen vooraf kritisch en kies kaarten die passen bij deze groep of die passend zijn bij het groepsproces op dit moment. Voor het downloaden van de stellingen KLIK HIER.
De PowerPoint bevat stellingen om seksuele- en genderdiversiteit bespreekbaar te maken.
Met stellingen zijn veel werkwijzen mogelijk.

Doel:

  • Bespreekbaar maken gender- en seksuele diversiteit
  • Solidair leren zijn met anderen
  • Bewust worden van diversiteit in de groep
  • Bewust worden van eigen en andermans (voor)oordelen
  • Respectvol om leren gaan met elkaar
  • Positieve groepsvorming

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • MBO

Werkwijze 1:

Nodig: voor ieder groepje de blaadjes met stellingen en een rood, een groen en een wit vel papier (A3).
Verdeel de klas in kleine groepjes van drie of vier leerlingen. Elk groepje krijgt de stellingen en een rood, groen en wit vel papier.
Leerlingen knippen de kaartjes uit. Dan lezen ze de stellingen door en beslissen welke afgewezen worden en op een rood vel terecht komen. De stellingen waar men het mee eens kan zijn komen op een groen vel en die waarover men twijfelt op een wit papier.
Leerlingen bespreken nogmaals de gemaakte keuzes en plakken de kaartjes op het rode, groene of witte vel.

Nabespreking
Bespreek met de groep de opbrengsten. Leg (of hang) daarvoor eerst alle vellen met stellingen van de verschillende groepjes bij elkaar. Hierdoor ontstaat een beeld van wat de groep vindt.
Selecteer de vijf stellingen waar de meeste leerlingen blijkbaar achter staan. Kies vervolgens de vijf stellingen waarvoor het minst draagvlak is.

Mogelijke vragen:
– Zijn er grote verschillen tussen de groepen?
– Waar zijn de groepsleden het over eens?
– Wat valt op?
– Welke stellingen liggen op het witte vel? Wordt daar verschillend over gedacht?
– Wie is er na anderen gehoord te hebben van gedachten veranderd?
– Zijn er afspraken te maken met de opbrengsten van deze les?

Werkwijze 2:

Nodig: Een PowerPointpresentatie met de stellingen en net zoveel kleine rode en groene kaartjes als er leerlingen zijn. Voor het downloaden van de PowerPoint KLIK HIER
Alle leerlingen krijgen een rood en een groen kaartje. De begeleider leest de stellingen een voor een voor en de leerlingen geven aan of ze het ermee eens zijn (door het opsteken van een groen kaartje) of dat ze het er niet mee eens zijn (rood kaartje). Na iedere stelling kunnen een aantal argumenten voor of tegen de stelling worden uitgewisseld. De begeleider leidt de discussie.

Werkvorm: Omgaan met verschillen

Actieve en activerende werkvorm waarbij leerlingen in groepjes verdeeld moeten samenwerken om een opdracht uit te voeren. De verschillen tussen de groepjes zijn groot. Lukt het leerlingen toch om de opdracht tot een goed einde te brengen?

Doel

  • Vergroten samenwerkingsvaardigheden
  • Bewustwording van eigen en andermans communicatie
  • Effecten zien van groepsgedrag
  • Respectvol omgaan met verschillen
  • Positieve groepsvorming

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • MBO
  • HBO

Werkwijze

Verdeel de klas in vijf groepen van 4 à 5 leerlingen.

Vier groepen spelen een ‘volk’ uit een heel ander niet bestaand land. Ieder volk heeft een eigen cultuur met hun eigen eigen-aardigheden. Iedere groep krijgt een envelop met daarin een beschrijving van de cultuur en een opdracht die ze moeten uitvoeren. Een groep bestaat uit observanten. De leerlingen krijgen de instructie niet met elkaar te praten. Voor het uitvoeren van de opdracht krijgen ze ongeveer 5 minuten de tijd.

De ‘volken’ zijn erg verschillend in hun manier van doen en hun manier van zijn. De opdrachten lijken tegenstrijdig maar zijn uitvoerbaar.

Download de uitgebreide uitleg via deze link. Kopieer de cultuur-omschrijvingen en opdrachten doe voor elke groep deze informatie  in  een envelop.

Werkvorm: Goed in…

Na een vakantie is het goed om weer even met de groepsvorming bezig te zijn. Laat leerlingen reflecteren en (opnieuw) met elkaar kennismaken op weer een heel andere manier zodat ze elkaar nog beter leren kennen. De werkvorm ‘Goed in…’ is hier erg geschikt voor.

Doel:

  • (opnieuw) kennismaken
  • Leren reflecteren
  • (H)erkennen van eigenschappen
  • Inzicht krijgen in eigen en andermans kwaliteiten
  • Leren delen van kwaliteiten met de groep
  • Anderen helpen kwaliteiten te (h)erkennen
  • Creëren van een veilige gezellige sfeer
  • Bevorderen positief groepsgevoel

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • MBO

Werkwijze

Voor deze werkvorm zijn veel (ongeveer 50) verschillende kaartjes nodig met daarop eigenschappen en vaardigheden die leerlingen mogelijkerwijs bezitten of willen verwerven. Het is fijn wanneer er veel kaartjes zijn, er mogen ook dubbele kaartjes tussen zitten: Leerlingen hebben dan wat te kiezen en soms zal een kaartje geschikt zijn voor meer dan één leerling. Je kunt deze kaartjes zelf maken maar je zou ook ‘Complimentenmemory’ kunnen aanschaffen waarin zo’n 100 stevige kaarten zitten op A5-formaat die voor deze werkvorm heel geschikt zijn. Voor bestellen KLIK HIER

Leg de kaarten open op een paar aan elkaar geschoven tafels en zet leerlingen er in een grote kring omheen. Leerlingen kiezen allemaal 2 kaarten. Een kaart waarop een vaardigheid of eigenschap staat die ze bezitten en een met een vaardigheid of eigenschap waaraan ze willen werken.
In de nabespreking vertelt elke leerling om de beurt waarom juist voor deze kaarten is gekozen. Is dit voor jou klas nog te moeilijk dan kun je ervoor kiezen om eerst in tweetallen leerlingen laten bespreken welke kaart ze hebben gekozen en waarom.
Ook het uitkiezen van de kaarten kun je leerlingen individueel in stilte laten doen of juist in overleg in een tweetal of in een klein groepje. Dit kan als voordeel hebben dat leerlingen elkaar helpen positieve vaardigheden te vinden.

Tot slot kun je leerlingen op een werkblad laten opschrijven welke kaarten ze hebben gekozen en waarom. Je kunt ze daarbij laten nadenken hoe ze zich de vaardigheid die ze graag willen gaan beheersen eigen kunnen maken. Na een paar weken kun je de werkbladen weer uitdelen en leerlingen laten kijken hoever ze zijn met het halen van de doelen die ze zich gesteld hebben. Om het werkblad te downloaden KLIK HIER

Werkvorm: Eigendunk

Een actieve en activerende werkvorm waarbij leerlingen elkaar beter leren kennen en er een enthousiaste prettige sfeer in de groep ontstaat. Leerlingen vinden het vaak moeilijk om te benoemen waar ze goed in zijn. Zeggen dat je ergens goed in bent getuigt in hun ogen van eigendunk en als je iets niet mag hebben is het ‘eigendunk’. Meteen een mooie gelegenheid om het te hebben over eigendunk en het verschil met zelfwaardering en terecht trots mogen zijn op iets waarin je goed bent. Het spel lijkt op een stoelendans.

Doel:

  • Kennismaken met docent en met elkaar
  • Aandacht richten op elkaar en op de groep
  • Leren delen van kwaliteiten met de groep
  • Anderen helpen kwaliteiten te (h)erkennen
  • Creëren van een veilige gezellige sfeer

Voor wie:

Bovenbouw PO
VO
MBO

Werkwijze:

Het spel begint als ‘Fruitmandje’, een soort stoelendans die een aantal leerlingen al zullen kennen. Als dit een tijdje gespeeld is verandert het spel in het ‘Eigendunk’-spel.

Het leuke van deze oefening is dat leerlingen elkaar gaan helpen. Wanneer iemand in het midden staat die maar niet kan bedenken waar hij of zij goed in, is zullen groepsgenoten snel zeggen; “Oh, maar jij bent heel goed in….”. Dit is heel ondersteunend en een meerwaarde voor de positieve sfeer in de groep.

Voor de uitgebreide werkwijze KLIK HIER

Werkvorm: KAARTJE RADEN

Een vrolijke, laagdrempelige werkvorm die de sfeer positief beïnvloedt, die leerlingen in beweging brengt en die leerlingen leert associëren en de woordenschat spelenderwijs vergroot. Het spel lijkt een beetje op ‘Thirty seconds’.

Doel:

  • Leerlingen durven voor de klas te staan om iets uit te beelden dan wel te omschrijven
  • Vergroten actieve woordenschat
  • Leerlingen leren associëren
  • Plezierig met elkaar in competitie gaan
  • Creëren van een gezellige fijne sfeer

Voor wie:

  • Bovenbouw basisschool (PO)
  • Onderbouw voortgezet onderwijs (VO)

Werkwijze:

Print te pagina met de kaartjes en knip de kaartjes uit.
De leerlingen zetten de tafels aan de kant en zetten de stoelen in een grote V-vorm.
Daarna kan het spel gespeeld worden. Je hebt ook een stopwatch nodig. Dat kan via een smartphone waarbij je een van de leerlingen de rol van tijdbewaker geeft. Of digitaal via het digibord bijvoorbeeld :
https://www.online-stopwatch.com/dynamite-timer/full-screen/
dan komt er een geluidssignaal wanneer de tijd om is.

Spelregels:

Verdeel de groep in twee teams en zet deze schuin tegenover elkaar.
Een leerling uit een van de twee teams gaat voor de klas staan en krijgt een minuut de tijd om zoveel mogelijk kaartjes ‘weg’ te spelen. Laat de leerling die aan de beurt is een kaartje zien en deze gaat wat erop staat uitbeelden en/of omschrijven. Het uitbeelden doet de leerling voor het eigen team dat moet raden wat er op het kaartje staat. Zodra het woord geraden is krijgt de leerling het volgende kaartje te zien. Voor ieder weggespeeld kaartje krijgt men een punt.
Zegt een leerling per ongeluk een woord of een gedeelte daarvan dat op het kaartje staat dan telt het kaartje niet mee en volgt een time-out van tien strafseconden waarin niet geraden kan worden. Ik doe dat door hardop van tien terug te tellen naar nul.
Het team dat niet aan de beurt moet stil zijn.
De score wordt bijgehouden op een blaadje.
Leerlingen kunnen erg fanatiek worden en hard gaan roepen. Maak hierover afspraken.
Om de kaartjes te downloaden KLIK HIER

Werkvorm: Grapje!?!

‘Wanneer is een grapje grappig?’ is een vraag die haast niet te beantwoorden is. Wanneer is iets grappig en wanneer grensoverschrijdend? Een grapje in de ene context kan prima zijn terwijl in een andere context dezelfde grap echt niet kan.

Humor en grappen stellen een toehoorder vaak ook voor een dilemma. Als je niet lacht zul je de grap wel niet snappen of een ‘zeikerd’ zijn of iemand zonder gevoel voor humor.
Door te lachen om een grap help je om de norm in een groep te bepalen. Door te lachen accepteer je een grens.
Een grap kan ook bedoeld zijn om een spiegel voor te houden en daardoor kunnen mensen aan het denken gezet worden over de (uitvergrote) werkelijkheid.
Daarom is het goed om dit thema in schoolklassen aan de orde te stellen. Bij voorbeeld met de stellingen-werkvormen die bij Kieresoe ontwikkeld zijn.

Doel

  • Bewust-worden van gevolgen van schijnbaar onschuldige grapjes
  • Bespreekbaar maken uitschelden
  • Leerlingen laten nadenken welke rol je kunt pakken in deze situatie
  • Leren van elkaars inzichten
  • Bevorderen positief groepsgevoel

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • MBO

Werkwijze

Deze werkvorm bestaat uit twee delen: Een voorleesverhaal en een aantal werkvormen waarbij gebruik wordt gemaakt van stellingen. Een printbare versie van beide documenten vind je HIER.
Alleen het verhaal voorlezen en even in algemene zin erover doorpraten met een klas kan. Wanneer je wat meer de diepte wil ingaan kun je ook de PowerPointpresentatie met de stellingen downloaden. Dat kan HIER.

Deze werkvorm bestaat uit twee delen: Een voorleesverhaal en een klassengesprek naar aanleiding van stellingen.
Alleen het verhaal voorlezen en even in algemene zin erover doorpraten met een klas kan. Wanneer je wat meer de diepte wil ingaan kun je ook de PowerPointpresentatie met de stellingen downloaden. De stellingen gaan niet over het verhaal maar over grapjes maken in het algemeen. Lees vooraf de stellingen goed door en kies die stellingen die passen bij jouw groep. Hoe je gaat werken met de stellingen hangt af van je eigen voorkeur.

Je kunt kiezen voor een ‘Over de streep’-achtige activiteit. Je kunt werken met post-its en een flap. Je zou leerlingen scenes kunnen laten maken die ze uitspelen. Of je kunt werken met rode en groene kaartjes om het gesprek op gang te helpen.
Voor een uitgebreide, heldere uitleg van deze werkvormen: KLIK HIER

Meer lezen over dit thema:
Huygen, S. (2018, 25 oktober). Wat er schuil gaat achter “zomaar een grapje.
Stevens, L. en Bors, G. (2015) Pedagogisch Tact. 3e druk. Garant.

Werkvorm: Ongeschreven regels

Wat is dat nu eigenlijk ‘normaal’? Welk gedrag verwachten we van leerlingen? Wat vinden wij als docenten normaal en waarin ontstaan verschillen? Zijn deze verschillen te overbruggen? Welke ongeschreven regels zijn er in een groep?
Met een klas in gesprek gaan aan de hand van onderstaande werkvorm kan een hulpmiddel zijn om duidelijkheid te krijgen en een aanleiding om over normen en waarden van gedachten te wisselen.

Doel

  • Helder krijgen wat gewenst gedrag eigenlijk is
  • (H)erkennen ongeschreven regels
  • Verschillen herkennen in elkaars visie
  • Gesprek aangaan over verschillen in normen en waarden

Voor wie

  • Groep 8 PO
  • VO
  • MBO

Werkwijze

Ongeschreven regels zijn omgangsvormen, een soort afspraken waar iedereen zich aan houdt zonder dat het échte regels zijn.
Start de werkvorm met uitleg en laat leerlingen komen met voorbeelden of gebruik onderstaande voorbeelden:

  • Je kijkt niet ongevraagd op iemands telefoon mee
  • Je draagt geen sokken als je sandalen aanhebt
  • Je maakt niet ongevraagd een foto van iemand
  • Je bent niet té eerlijk
  • Je moet iemand niet de hele tijd aanstaren
  • Je gaat niet ongevraagd spieken
  • snitchen

In sommige groepen gelden ongeschreven regels die soms vervelend zijn

  • Het is stom om goede cijfers te halen
  • Als je iets heel op tijd inlevert ben je een nerd
  • Als je met die en die omgaat hoor je er niet meer bij

Welke ongeschreven regels zijn er in deze groep?
Leerlingen bespreken dit in kleine groepjes en noteren deze regels. Wat zijn de consequenties wanneer je die overschrijdt?
Klassikaal bespreken en op het bord de meest voorkomende ongeschreven regels noteren.

Bespreken wat de verschillen zijn tussen ‘netjes’ en ‘normaal’. Netjes is beschaafd, beleefd. Het is fijn als leerlingen dit doen. Normaal is vanzelfsprekend. Er mag van alle leerlingen verwacht worden dat dit gebeurt.

.

Leerlingen krijgen allemaal een werkblad ‘Netjes of Normaal’ en vullen dit individueel in. Om het formulier te downloaden KLIK HIER
Het werkblad bevat een extra kolommen waar leerlingen eigen gedragsvoorbeelden kunnen invullen.
In een groepsgesprek worden alle gedragingen besproken en vervolgens op het bord ingedeeld in kolommen.
Leerlingen in kleine groepjes (of tweetallen) gedragingen laten verzinnen die hier nog aan toegevoegd kunnen worden.

Bespreek tot slot of er verschil is in wat volwassenen (docenten) normaal vinden en wat leerlingen vinden

Deze laatste werkvorm en ook het formulier is gebaseerd op een lesidee van Paul Pelle. Paul verzamelt veel lessen voor met name mentoren in het VO en publiceert deze op zijn website. Zie: www.mentortijd.nl


Werkvorm: Vertrouwen

We hebben het vaak over vertrouwen. We moeten op elkaar vertrouwen, we moeten op onszelf vertrouwen. We moeten ergens vertrouwen in hebben. Onze hele samenleving is gebaseerd op basis van vertrouwen. De vierde aflevering van de podcast GroepsGedoe gaat over vertrouwen. Ik bevraag daarin experts, docenten en leerlingen over dit onderwerp.

Om te peilen wat leerlingen vinden wat vertrouwen is en om een beeld te krijgen van de sociale veiligheid in een groep kun je leerlingen een vragenlijst laten invullen en deze klassikaal te bespreken. De formulieren laten inleveren: het bevat voor de docent interessante informatie over hoe een leerling denkt over vertrouwen, controle en ‘snitchen’. Wellicht zullen sommige antwoorden aanleiding geven om individueel na te praten met een leerling.

Doel

  • Inzicht krijgen in de sociale veiligheid binnen de groep
  • Bevorderen positief groepsgevoel
  • Leren van elkaars inzichten
  • Nadenken over wat maakt dat het goed gaat in de groep

Voor wie

  • Groep 8 PO
  • VO
  • MBO

Werkwijze

  • Laat leerlingen het formulier invullen
  • Laat leerlingen in tweetallen of kleine groepjes elkaars antwoorden bespreken
  • Bespreek vervolgend klassikaal vraag voor vraag het formulier
  • Laat leerlingen het formulier inleveren.

Om het formulier te downloaden KLIK HIER

Werkvorm: Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Misstanden bij het populaire televisie-programma “The Voice of Holland’ zorgen voor maatschappelijke beroering. In de media, in kranten en op social media volgt de ene onthulling na de andere. Een werkvorm in de vorm van een PowerPoint om naar aanleiding hiervan seksueel grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar te maken in de klas.

Doel

  • Leerlingen betrekken bij een maatschappelijk thema
  • Leerlingen bewustmaken van seksueel grensoverschrijdend gedrag en de gevolgen ervan
  • Leerlingen laten nadenken over hoe zij hier mee zelf omgaan
  • Leerlingen laten nadenken over hoe moeilijk het is om ‘nee’ te zeggen in sommige situaties
  • Leerlingen bewust maken van hulpbronnen

Voor wie

  • Groep 8 PO
  • VO
  • MBO

Werkwijze

  • Bekijk de PowerPoint kritisch ‘door de ogen’ van de leerlingen aan wie je deze les wil geven en kies eventueel slides uit die je niet wil laten zien.
  • Laat de PowerPointpresentatie zien en bespreek de afbeeldingen en de vragen klassikaal, in kleine groepjes of in tweetallen.
  • Bekijk de PowerPoint kritisch ‘door de ogen’ van de leerlingen aan wie je deze les wil geven en kies eventueel slides uit die je niet wil laten zien.
  • Laat de PowerPointpresentatie zien en bespreek de afbeeldingen en de vragen klassikaal, in kleine groepjes of in tweetallen.
  • Een prettige, veilige sfeer in de groep zal eraan bijdragen dat leerlingen ‘open’ meepraten en maakt het mogelijk om de verschillende vragen klassikaal te bespreken. Kies een werkwijze die bij jouw klas past.

Om de PowerPoint te downloaden KLIK HIER

Werkvorm: Wie is de held?

Yes super held

Doel

  • Bevorderen positief groepsgevoel
  • Bewust worden van de invloed die je kunt uitoefenen
  • Focus van leerkracht en leerlingen leggen op dat wat goed gaat

Voor wie

  • Bovenbouw basisschool (PO)
  • Onderbouw voortgezet onderwijs (VO)

Werkwijze

Een van de leerlingen wordt een ‘held’ door allerlei aardige dingen te doen of te zeggen, deze leerling heeft hiervoor een briefje gekregen waarop ‘held’ staat. De rest van de klas moet aan het eind van de dag (of de afgesproken periode) raden wie de held was. Werkvorm met een positief effect op de hele groep. Voor de uitgebreide werkwijze en toelichting: klik hier. Daar vind je ook variaties op de werkvorm.

Werkvorm: Zelf een kwartetspel maken

Doel

  • Bevorderen positief groepsgevoel
  • Samenwerkingsvaardigheden bevorderen
  • Leren gebruik maken van elkaars talenten
  • Nadenken over wat goed gaat in de groep
  • Creatief vertalen in een gezamenlijk product

Voor wie

  • Bovenbouw basisschool (PO)
  • Onderbouw voortgezet onderwijs (VO)

Werkwijze

Leerlingen krijgen de opdracht om zelf een kwartet te maken. Ieder groepje krijgt een categorie waar ze plaatjes en teksten bij moeten maken. Voor de uitgebreide werkwijze, voor de verschillende te gebruiken categorieën en voor te downloaden voorbeeld kaartjes klik hier.

Werkvorm: Complimentenmemory

Doel

  • De groepsdynamiek positief beïnvloeden
  • Samenwerkingsvaardigheden bevorderen
  • Leerlingen laten nadenken over wat goed gaat in de groep
  • Het leren geven en ontvangen van feedback
  • Versterken van onderlinge betrokkenheid
  • Aandacht richten op positieve eigenschappen van klasgenoten
  • Inzicht krijgen in het beeld dat leerlingen hebben over klasgenoten
  • Samenwerkingsvaardigheden bevorderen
  • Leren geven en ontvangen van feedback
  • Het vergroten van zelfvertrouwen en zelfinzicht
  • Het (h)erkennen van de eigen rol in de groep

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • MBO

Over ‘Complimentenmemory’ was zoveel enthousiasme dat het is doorontwikkeld. Het is binnenkort verkrijgbaar als spel. ‘Complimentenmemory’ bestaat uit 100 stevige complimentenkaarten op A5-formaat in een mooie blikken doos. Op de kaarten staan 50 verschillende vaardigheden en eigenschappen die als een compliment gegeven kunnen worden. Alle kaarten zitten er twee keer in.
Bij ‘Complimentenmemory’ hoort een uitgebreide handleiding met maar liefst 8 actieve en activerende werkvormen.

Zorgen voor een positief pedagogisch klimaat in een groep? Aan de slag met complimenten en positieve feedback.

Bestellen: KLIK HIER

WERKVORM: HANDIG

Bewerk”Werkvorm: Handig”

Doel

  • Bevorderen positief groepsgevoel
  • (H)erkennen van eigenschappen
  • Leren reflecteren
  • Leren geven en ontvangen van feedback

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • MBO

Werkwijze

Geef alle leerlingen een A-viertje met daarop een afbeelding van een omtrek van een hand. Met daaronder een aantal vragen. Je kunt ook de afbeelding weglaten en leerlingen de omtrek van hun eigen hand laten tekenen.

Leerlingen beantwoorden de vragen en bespreken het vervolgens na in een groepje. Bij het maken van de vragen de leerlingen laten beginnen bij het positieve de duim. Bij het nabespreken beginnen bij de pink zodat ze het positieve vasthouden.

  • Duim: waar ben je goed in en kun je anderen helpen ?
  • Wijsvinger: waar wil je naar toe? Wat wil je graag?
  • De middelvinger: waar heb je een hekel aan en waarom?
  • De ringvinger: waar ben je ‘trouw’ in mensen kunnen op jou rekenen wanneer…, Hoe komt dat?
  • De pink: Wat wil je nog echt graag leren en waarom?

Plenair kunnen vervolgens leerlingen die dat willen reageren.

Pas op: deze oefening is moeilijker dat het lijkt. Het is goed om zelf het eerst in te vullen om de oefening te ervaren zodat je beter voorbereid bent op vragen.

Goed nabespreken en of de leerlingen deze hand zelf laten bewaren of deze laten inleveren zodat er later eventueel op teruggekomen kan worden.

Bij de werkvorm “Handig” is een (handig) A-4tje gemaakt dat zo gedownload kan worden: Klik op  Deze link