Stellingen: 10 werkwijzen

kaartjes ophoog houden
kaartjes ophoog houden
kaartjes ophoog houden

“Het is een vrij land, mevrouw” en “Ik moet zelf weten wat ik vind” en “Vrijheid van meningsuiting!” zomaar wat kreten die leerlingen/studenten roepen wanneer ze hun ongezouten mening geven over iets. Werken met stellingen in de klas kan polariserend werken. Een goed bedoelde les om leerlingen/studenten aan het denken te zetten kan juist ontaarden in het vergroten van tegenstellingen.
Het is belangrijk dat discussies worden gevoerd maar het moet op een respectvolle wijze gebeuren. Zeker wanneer opvattingen botsen moet de school een (veilige) oefenplaats zijn.

In een veilig sociaal klimaat in de klas wordt niemand afgerekend op datgene wat ze zeggen, niet door medeleerlingen/medestudenten en niet door de docent. In een democratie is ruimte voor verschillen van opvatting. Op school leren leerlingen/studenten ook dat er grenzen zijn aan de vrijheid van meningsuiting. Wat voor de ene leerling/student veilig is kan bij anderen een gevoel van onveiligheid veroorzaken. Iedereen heeft recht op een eigen mening maar het is niet nodig om daar ook altijd mee te komen. De rol van de leraar is daarbij cruciaal en helemaal niet gemakkelijk. Deze moet letten op de manier waarop er gediscussieerd wordt, of verschillende perspectieven voldoende aan de orde komen en of het gesprek niet leidt tot ‘wij-zij-denken’.

Verder lezen:

https://www.mo.be/analyse/je-moet-jongeren-niet-verwijten-wat-we-zelf-niet-opgelost-krijgen
https://www.schoolenveiligheid.nl/thema/spanning-en-discussie-vo/#over-spanning-en-discussie
https://euroguide-toolkit.eu/wp-content/uploads/2021/05/Flanders-Living-Together.pdf

Werkwijze 1: 
‘Over de streep light’

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Voor deze werkwijze is veel ruimte nodig want hierbij komen leerlingen/studenten letterlijk in beweging.
  • Er worden steeds stellingen voorgelezen. Groepsleden die het eens zijn met de stelling gaan naar rechts, degenen die het er niet eens zijn gaan links staan. In het midden mag (nog) niet.
  • Dan gaan groepsleden proberen met argumenten leerlingen/studenten laten wisselen van kant.
  • Wanneer iemand een nuance aanbrengt mag iedereen die dit goed vindt een stap naar het midden zetten.
  • Hou vaart in het ‘spel’ en zorg ervoor dat iedereen een inbreng heeft.
  • Leg uit aan leerlingen/studenten dat de keuze voor of tegen een stelling vaak moeilijk kan zijn. Zeg dat het niet erg is om van gedachten te veranderen. Nadenken is in essentie van gedachten veranderen…

TIP:
Soms hebben jongeren de neiging om aan één kant te blijven staan. Laat leerlingen/studenten bij de eerste stelling kiezen voor links of rechts gaan staan. Wanneer de volgende stelling aan de beurt is moeten ze niet rechts of links gaan staan maar aan voor- of achterzijde van de ruimte. Er zijn dan niet twee maar vier kanten waar leerlingen naar toe kunnen lopen. Ervaring leert dat wanneer leerlingen/studenten sowieso in beweging moeten komen ze ook eerder geneigd zijn écht te kiezen.





Variatie Werkwijze 1: 
‘Over de streep light’

  • Werk op dezelfde manier als bij werkwijze 1, alleen laat je nu leerlingen/studenten niet zelf voor of tegen een stelling kiezen maar je verdeelt ze in twee groepen. Een groep is vóór en de andere groep is tegen de stelling.
  • Laat leerlingen/studenten argumenten bedenken voor een stelling waar ze wellicht helemaal niet achter staan. Zo worden ze bewust van het feit dat je een stelling van twee kanten kunt bekijken.
  • Maak de groepen steeds anders van samenstelling en zorg voor inbreng van iedereen.

Werkwijze 2: 
Voor of tegen

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Verder nodig: voor elke leerling/student een rood en een groen kaartje.
  • Geef alle leerlingen/studenten een rood en een groen kaartje.
  • De begeleider leest de stellingen een voor een voor en de leerlingen/studenten geven aan of ze het ermee eens zijn (door het opsteken van een groen kaartje) of dat ze het er niet mee eens zijn (rood kaartje).
  • Na iedere stelling kunnen een aantal argumenten voor of tegen de stelling worden uitgewisseld.
  • Kijk na het bespreken van de stelling of er leerlingen zijn die van gedachten zijn veranderd.
  • De begeleider leidt de discussie.

Variatie Werkwijze 3: 
Voor of tegen in groepjes

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Verder nodig: voor elke groepje een rood, een groen en een wit vel papier.
  • Verdeel de klas in groepjes van drie of vier leerlingen/studenten.
  • ieder groepje krijgt een aantal stellingen en een rood, een groen en een wit vel papier.
  • Leerlingen/studenten lezen de stellingen door en beslissen welke afgewezen worden en op een rood vel terecht komen.
  • De stellingen waar men het mee eens kan zijn komen op een groen vel en die waarover men twijfelt op een wit papier.
  • Leerlingen/studenten bespreken nogmaals de gemaakte keuzes en leggen de kaartjes op het rode, groene of witte vel.
  • Bespreek de gemaakte keuzes klassikaal.

Werkwijze 4: 
Argumenteren

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Verder nodig: groot vel papier (flap).
  • Verdeel de groep in twee- of drietallen.
  • De stellingen worden voorgelezen
  • Leerlingen/studenten gaan in hun groepje overleggen en vervolgens naar aanleiding van de stelling een argument voor of tegen bedenken.
  • Dit wordt in een hele zin op een Post-it genoteerd.
  • De Post-its worden op een gezamenlijke flap geplakt.
  • Bespreek na afloop opvallende uitspraken in de groep:
    • Welke thema’s keren steeds weer terug in het groepsgessprek?
    • Zijn er overeenkomsten? Verschillen? Nuances?
    • Wat zijn sterke argumenten? Wat maakt deze sterk?
  • Aanvullende opdracht: maak eigen stellingen en wissel deze uit.

Werkwijze 5: 
Kringgesprek

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Leg de kaarten open op een paar aan elkaar geschoven tafels en zet leerlingen/studenten er in een grote kring omheen.
  • Leerlingen/studenten kiezen allemaal een stelling.
  • In een kringgesprek vertelt elke leerling om de beurt waarom juist voor deze kaart is gekozen.
  • Is dit voor jou klas nog te moeilijk dan kun je ervoor kiezen om eerst in tweetallen leerlingen/studenten laten bespreken welke kaart ze hebben gekozen en waarom.
  • Het uitkiezen van de kaarten kun je leerlingen/studenten individueel in stilte laten doen of juist in overleg in een tweetal of in een klein groepje.

Werkwijze 6: 
Verhaaltje

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Verder nodig: voor ieder tweetal een leeg A-viertje.
  • Verdeel de klas in tweetallen.
  • Laat ieder tweetal een stelling kiezen.
  • Leerlingen/studenten gaan samen een kort verhaaltje schrijven naar aanleiding van de stelling.
  • De verhaaltjes worden voorgelezen.
  • Vragen voor nabespreking:
    • Wat heeft het groepje leerlingen/studenten goed gedaan?
    • Wat heeft dit verhaaltje ons willen zeggen?
    • Was wat er gebeurde herkenbaar?

Werkwijze 7: 
Rollenspel

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Laat leerlingen/studenten in tweetallen of kleine groepjes twee of drie stellingen uitkiezen.
  • Ze moeten nu met behulp van de stelling een klein verhaaltje bedenken en dat ook uitspelen.
  • Iedere scene heeft een begin, een midden en een duidelijk einde.
  • Vertel vooraf dat de scenes worden nabesproken en welke vragen er dan gesteld worden.
  • Geef ze niet te lang de tijd om te bedenken en te repeteren: vijf tot tien minuten is voldoende. Dit maakt de presentatie achteraf ‘veiliger’.
  • Vertel leerlingen/studenten dat in een theatervoorstelling eindeloos geoefend wordt. Dus als het resultaat minder geslaagd is dan leerlingen/studenten vooraf hoopten, ligt het vooral daaraan.
  • Aan elkaar presenteren en nabespreken.
  • Vragen voor nabespreking:
    • Wat heeft het groepje leerlingen/studenten goed gedaan?
    • Wat heeft deze scene ons willen zeggen?
    • Was wat er gebeurde herkenbaar?

Werkwijze 8: 
Placemat

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Verdeel de klas in viertallen.
  • Verder nodig: groot vel papier (A-3 formaat) voor elk groepje.








  • Teken in het midden van ieder vel een rechthoek en trek vanuit iedere hoek van het vel een lijn naar een hoek van de rechthoek.
  • Geef ieder groepje een stelling of laat ze zelf een stelling kiezen.
  • Alle leerlingen/studenten schrijven (in stilte) in hun eigen vak een reactie op de stelling met eigen standpunten en argumenten.
  • Wanneer iedereen klaar is volgt tussen de vier leerlingen/studenten een groepsgesprek over de stelling en hetgeen wat ze hebben opgeschreven.
  • Het is de bedoeling dat ze in het middelste vak een gezamenlijk standpunt opschrijven waar iedereen het wel mee eens kan zijn.
  • De vellen ophalen en ophangen.
  • Klassikaal de opbrengsten bespreken

Werkwijze 9:
Woord-web

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Verdeel de klas in viertallen.
  • Verder nodig: groot vel papier (A-3 formaat) voor elk groepje.
  • Teken in het midden van ieder vel een cirkel.
  • Geef ieder groepje een stelling of laat ze zelf een stelling kiezen.
  • Leerlingen/studenten schrijven in de cirkel de stelling over
  • Vervolgens gaan leerlingen/studenten associëren naar aanleiding van de stelling in de vorm van een woord-web.
  • In het groepje wordt gepraat over de verschillende bijdragen en worden eventueel nog aanvullingen/verduidelijkingen gemaakt.
  • De vellen ophalen en ophangen.
  • Klassikaal de opbrengsten bespreken.

Werkwijze 10:
Gedicht

  • Kies van tevoren de stellingen waarmee je in deze klas wil werken.
  • Leg de stellingenkaarten waarmee je wil werken open op een tafel.
  • Laat leerlingen/studenten in tweetallen of individueel een stelling kiezen om een gedichtje over te maken in de vorm van een ‘Elfje’ of een ‘Haiku’.
    • Elfje: gedicht bestaande uit elf woorden, eerste regel 1 woord, tweede regel heeft 2 woorden, de derde regel heeft 3 woorden, de vierde regel heeft 4 woorden en de vijfde regel heeft weer 1 woord. Dat laatste woord moet bij voorkeur het hele gedichtje samenvatten.
    • Haiku: gedicht dat bestaat uit drie regels met 17 lettergrepen. Eerste regel heeft 5 lettergrepen, de tweede regel heeft er 7 en de derde heeft weer 5 lettergrepen.
    • De gedichtjes hoeven niet te ‘rijmen’.
  • Geef leerlingen/studenten even de tijd om iets te maken. Laat leerlingen/studenten elkaar helpen.
  • Laat leerlingen/studenten (die dat willen) hun gedichtje voorlezen.
  • Bespreek klassikaal na:
    • Wat maakt dit gedichtje mooi?
    • Wat maakt dit gedichtje krachtig?
    • Wat wordt er eigenlijk gezegd?
  • Plak de gedichtjes op een groot vel en hang het in het lokaal.
  • Is wat er gezegd wordt in het gedichtje herkenbaar?

Werken aan een veilig pedagogisch klimaat? Dat kan met ‘GroepsGedoe 2.0’

De groepsdynamiek positief beïnvloeden? Dat kan met ‘Complimentenmemory’

Studenten welzijn

stellingen uitzoeken workshop

Een van de kernwoorden die de afgelopen jaren steeds opnieuw opduikt is ‘Studentenwelzijn’. Een belangrijk containerbegrip waaraan thema’s als ‘sociale veiligheid’, ‘kansenongelijkheid’ en ‘prestatiedruk’ aan op te hangen zijn. Vaak denken we dat we binnen het team over dit soort zaken vanzelfsprekend hetzelfde denken. Dat hoeft echter helemaal niet zo te zijn.
Een werkvorm om het gesprek over studenten(leerlingen)welzijn aan te gaan. Wanneer je de werkvorm niet wil gebruiken kun je de stellingen ook uitprinten en in de docentenkamer neerleggen. Wie weet ontstaat dan vanzelf een goed gesprek.

Doel

  • Bespreekbaar maken van het thema
  • Bewustwording van eigen aannames
  • Leren van elkaars inzichten
  • Verschillen (h)erkennen in elkaars visie
  • Komen tot een gezamenlijk ghedragen visie

Voor wie

Docenten PO
Docenten VO
Docenten MBO
Docenten HBO

Werkwijze

Stellingen zijn op talrijke wijze in te zetten. In dit geval noem ik enkele manieren om het gesprek op gang te brengen. Om de kaartjes uit te printen KLIK HIER.

  • Leg de kaartjes, die voor jouw team het meest relevant of aansprekend zijn, verspreid op tafel in de docentenkamer en hoop op een spontane discussie tijdens de pauze of een tussenuur.
  • Hang iedere dag een paar andere kaartjes op het mededelingenbord met een leeg A-4tje eronder zodat collega’s op de stellingen kunnen reageren.
  • Gebruik de stellingen als een Energizer tijdens een teambijeenkomst, vergadering of studiedag. Deel hiervoor kaartjes random uit aan collega’s en vraag ze om de beurt om een reactie. Ook nu: kies kaartjes die voor jouw team het meest relevant of aansprekend zijn.
  • Maak ruimte tijdens een teambuildings-dag of studiedag en bespreek dit onderwerp wat meer uitgebreid.
  • Verdeel het team in groepjes en geef iedere groepje eenzelfde setje kaartjes met stellingen om over te praten. Laat iedere groepje kort de opbrengsten van de discussie noteren.
    • Over welke stelling was het meest discussie?
    • Over welke stelling was iedereen het eens?
  • Bespreek kort de opbrengsten plenair.

Complimenten gebruiken in de klas

‘Complimentenmemory’ is een kaarten-set met veel verschillende spellen en werkvormen waarmee je de sociale cohesie in een groep kunt verbeteren.
Door het werken met ‘Complimentenmemory’ leren leerlingen complimenten te geven, te ontvangen en te internaliseren. Het kan het zelfvertrouwen en het zelfinzicht vergroten. Het is een activerende, actieve manier om jongeren te laten reflecteren op zichzelf en op elkaar. Als leerkracht geeft het werken met deze kaarten ook inzicht in hoe leerlingen elkaar zien. Het spel bevat 100 stevige kaarten op A6-formaat met eigenschappen en vaardigheden die als compliment gegeven kunnen worden.

Gedoe in groepen voorkomen

Deze tijd van het jaar is een goed moment om bezig te zijn met de groepsdynamiek en te werken aan een positief pedagogisch klimaat in de klas. Een fijne laagdrempelige manier is het werken met GroepdGedoe 2.0.

Kennismaken collega’s

Happertje collega's

Bij de start van het schooljaar besteden we veel aandacht aan positieve groepsvorming in de klas met leerlingen/studenten. Het is ook belangrijk om aandacht te hebben voor het team en de directe collega’s. Vandaar de werkvorm ‘Happertje’. Leg er een paar in de personeelskamer. Collega’s gaan daardoor als vanzelf in gesprek over thema’s die verder gaan dan het uitwisselen van vakantieverhalen. Voor nieuwe collega’s is het een leuke manier van kennismaken.

Doel

  • Creëren van een veilige gezellige sfeer
  • Bevorderen positief groepsgevoel
  • (opnieuw) kennismaken
  • Delen van verwachtingen
  • Delen van persoonlijke zaken
  • Op een positieve vooruitkijken naar het nieuwe schooljaar

Voor wie

  • Collega’s PO
  • Collega’s VO
  • Collega’s Mbo
  • Collega’s Hbo

Werkwijze

  • Print een stuk of tien exemplaren van het werkblad uit: KLIK HIER
  • Knip het Happertje uit en vouw.
  • Leg verspreid in de personeelskamer de happertjes neer.
  • Collega’s gaan vervolgens elkaar bevragen en in gesprek over die vragen
  • Wil je in de klas aan de slag met happertjes als kennismakingswerkvorm? KLIK HIER
  • Wil je tijdens de Engelse of Franse les met het happertje werken? Voor een versie in het Engels KLIK HIER en voor een versie in het Frans KLIK HIER.

Een gezamenlijke aanpak/visie op pestgedrag ontwikkelen?

Met het pestpreventiepakket verkennen collega’s samen waar men voor wil staan, wanneer het gaat om pesten en de preventie ervan. Prikkelende stellingen worden onderzocht, uitdagende dilemma’s genuanceerd en al kwartettend kan een team komen tot een visie die bij hen past en bij de school past. Ook geschikt om te gebruiken als onderdeel van een thema-ouderavond.

Dit schooljaar positief beginnen met leerlingen?

Goed voorbereiden op de Gouden Weken na de vakantie?

Kennismaken Happertje

foto drie happertjes

Veel leerlingen/studenten vinden de start van het nieuwe schooljaar spannend. Leerlingen/studenten hebben elkaar vaak de hele lange zomervakantie niet gezien en kunnen onzeker zijn. Zeker wanneer ze in een nieuwe groep starten of beginnen in de brugklas of een nieuwe school. Veel kennismakingsspelletjes helpen om ervoor te zorgen dat leerlingen/studenten zich prettig gaan voelen in de groep. In een klein groepje een ‘happertje’ maken is een leuke activiteit waarbij ze elkaar helpen bij het vouwen en daarna met het happertje met elkaar in gesprek gaan. Over wat ze willen, hopen en verwachten bij voorbeeld.
Mijn ervaring is dat leerlingen/studenten in de pauze vaak doorgaan met het anderen bevragen met behulp van het Happertje.


Ik kreeg vragen of ik ook een versie kon maken voor gebruik in de Franse les . Deze versie vind je HIER. Er is ook een variant in het Engels klik daarvoor HIER.

Ook collega’s kunnen elkaar beter leren kennen met een happertje. Die versie vind je HIER.

Doel

  • Creëren van een veilige gezellige sfeer
  • Bevorderen positief groepsgevoel
  • (opnieuw) kennismaken
  • Delen van verwachtingen
  • Delen van persoonlijke zaken
  • Op een positieve vooruitkijken naar het nieuwe schooljaar

Voor wie

  • Bovenbouw PO
  • VO
  • Mbo
  • Hbo

Werkwijze

  • Verdeel de groep in tweetallen of kleine groepjes
  • Print voor alle leerlingen/studenten het werkblad uit: KLIK HIER
  • Laat leerlingen/studenten het Happertje uitknippen en vouwen.
  • Sommige leerlingen/studenten kennen dit al en kunnen anderen helpen
  • Leerlingen/studenten gaan vervolgens elkaar bevragen en in gesprek over die vragen
  • Bespreek klassikaal de opbrengsten na.

BRON
Het ‘Happertje’ kende ik uit mijn jeugd. Deze werkvorm heb ik hierop gebaseerd en vorm gegeven zodat het paste bij mijn praktijksituatie. Ik heb naar de oorspronkelijke bron gezocht maar niet gevonden.

Dit schooljaar positief beginnen met leerlingen?

Goed voorbereiden op de Gouden Weken na de vakantie?

Stellingen complimenten

Werkvorm voor een teamdag of studiedag

Het is raar met complimenten. Soms komt een compliment echt binnen en gloei je van trots. En soms kan precies hetzelfde compliment totaal nietszeggend zijn. Soms is een compliment zo fout dat je je juist niet gewaardeerd of gezien voelt.
“Een compliment voor de één is een straf voor een ander’’ wordt weleens gezegd. En dat klopt ook wel. Wanneer op school een leerling/student een compliment krijgt zullen er altijd klasgenoten zijn die denken ‘En ik dan?’ en zich niet gezien, niet erkend en niet gewaardeerd voelen.

Ik geloof in de kracht van complimenten en ik denk dat wanneer het zorgvuldig wordt ingezet het dezelfde heilzame werking kan hebben als positieve feedback. Complimenten gebruiken als beloning, als middel om gedrag te veranderen is iets anders en kan daardoor minder positief werken.  Complimenten kunnen zelfs schadelijk zijn wanneer ze worden ingezet om te manipuleren.

Voor een team kan het goed zijn om het gesprek over complimenten aan te gaan en een mooi hulpmiddel daarbij is gebruik maken van stellingen.

Werkwijze

Stellingen zijn op talrijke wijze in te zetten. In dit geval noem ik enkele manieren om het gesprek op gang te brengen. Om de kaartjes uit te printen KLIK HIER.

  • Leg de kaartjes, die voor jouw team het meest relevant of aansprekend zijn, verspreid op tafel in de docentenkamer en hoop op een spontane discussie tijdens de pauze of een tussenuur.
  • Hang iedere dag een paar andere kaartjes op het mededelingenbord met een leeg A-4tje eronder zodat collega’s op de stellingen kunnen reageren.
  • Gebruik de stellingen als een Energizer tijdens een teambijeenkomst, vergadering of studiedag. Deel hiervoor kaartjes random uit aan collega’s en vraag ze om de beurt om een reactie. Ook nu: kies kaartjes die voor jouw team het meest relevant of aansprekend zijn.
  • Maak ruimte tijdens een teambuildings-dag of studiedag en bespreek dit onderwerp wat meer uitgebreid.
  • Verdeel het team in groepjes en geef iedere groepje eenzelfde setje kaartjes met stellingen om over te praten. Laat iedere groepje kort de opbrengsten van de discussie noteren.
    • Over welke stelling was het meest discussie?
    • Over welke stelling was iedereen het eens?
    • Hoe kunnen opbrengsten van de discussie vertaald worden naar het omgaan met leerlingen/studenten?
  • Bespreek kort de opbrengsten plenair.

Verder lezen:

Complimenten gebruiken in de klas

‘Complimentenmemory’ is een kaarten-set met veel verschillende spellen en werkvormen waarmee je de sociale cohesie in een groep kunt verbeteren.
Door het werken met ‘Complimentenmemory’ leren leerlingen/studenten complimenten te geven, te ontvangen en te internaliseren. Het kan het zelfvertrouwen en het zelfinzicht vergroten. Het is een laagdrempelige, actieve manier om jongeren te laten reflecteren op zichzelf en op elkaar. Als leerkracht geeft het werken met deze kaarten ook inzicht in hoe leerlingen/studenten elkaar zien. Het spel bevat 100 stevige kaarten op A6-formaat met eigenschappen en vaardigheden die als compliment gegeven kunnen worden.

Dag van de conciërge

conciërgehok

Op 8 februari is het de ‘Dag van de Conciërge’. Conciërges zijn het ‘cement’ van de schoolorganisatie. Ze zijn niet alleen onmisbaar voor het reilen en zeilen in een school maar ook kunnen ze een cruciale rol spelen wanneer het gaat om sociale veiligheid in en rond de school. Wat er in de klas gebeurt wordt meestal opgemerkt door de docent. Gebeuren er vervelende dingen buiten het lokaal, in de gang, bij de kluisjes, in het fietsenhok dan zijn de conciërges de ‘ogen en oren’ van de school.
Maak deze dag tot een succes door de conciërge een bedankkaartje te sturen, een gebakje bij de koffie te geven, het conciërgehok te versieren of een lekkere lunch te laten bezorgen. Heel leuk is het om samen met leerlingen/studenten iets te doen of te maken. Tijdens het mentoruur of misschien een (deel van de) les tekenen/handvaardigheid) besteden aan een leuke knutsel.

Werkvormen

Kunst en vliegwerk

  • Geef alle leerlingen/studenten een A-viertje. Leerlingen knippen dit door en schrijven een leuke, vrolijke boodschap of compliment of felicitatie voor de conciërge.
  • Laat de leerlingen/studenten hiervan vliegtuigjes vouwen. (zie voor instructie; https://www.youtube.com/watch?v=nf1fRupXz5I)
  • Maak goede afspraken met collega’s en waarschuw de conciërges want in de eerste pauze op 8 februari gooien alle leerlingen/studenten na een afgesproken teken hun vliegtuigjes naar de conciërges.
  • Spreek met een aantal leerlingen/studenten af dat ze de vliegtuigjes verzamelen en in een grote ton of emmer doen. De conciërges kunnen dan zo af en toe een leuke boodschap uit de emmer vissen.
  • Vergeet niet dit te filmen!

Slinger

  • Geef alle leerlingen/studenten een A-viertje gekleurd papier
  • Laat leerlingen/studenten het blaadje in vieren knippen en laat ze die rechthoekjes weer doorknippen zodat er strookjes ontstaan.
  • Óf print onderstaand voorbeeld uit (KLIK HIER) op verschillende kleuren papier (A-vierformaat).
  • Laat leerlingen/studenten op ieder strookje een activiteit/werkonderdeel met grote letters schrijven dat ze denken dat de conciërge moet doen. Weten ze geen 8 werkzaamheden te bedenken laat ze dan iets leuks tekenen of een bedankje schrijven.
  • Maak een lange slinger van al die activiteiten door ze aan elkaar te nieten of te plakken.
  • Óf niet de strookjes vast aan een lang touw.
  • Hang deze slinger op in/bij de werkplek van de conciërge

Bosje duimen

  • Hiervoor heb je pakje satéprikkers nodig en een vaasje gevuld met zand of een stokbroodje of een bol klei: Je hebt iets nodig waarin je satéprikkers kunt vaststeken.
  • Print onderstaande afbeelding uit voor iedere leerling/student: KLIK HIER
  • Laat leerlingen/studenten de duimpjes uitknippen en op ieder duimpje een leuke, vrolijke boodschap voor de conciërge schrijven
  • De leerlingen/studenten plakken de duimpjes op elkaar met het satéstokje ertussen
  • Prik de satéstokjes ‘ergens’ in en laat een delegatie van leerlingen/studenten dit feestelijk overhandigen aan de conciërges op 8 februari

Mobile

  • Hiervoor heb je touw nodig en ‘iets’ om de touwtjes aan te binden. Een oud fietswiel bv. of een mooie tak of een flinke oude lampenkap.
  • Knip het touw in ongelijke stukken.
  • Laat leerlingen/studenten kiezen met welk A-viertje ze willen werken.
  • Print voldoende A-viertjes uit op papier met verschillende kleurtjes: KLIK HIER voor de hartjes en KLIK HIER voor de medailles
  • Leerlingen/studenten knippen de hartjes of de medailles uit en schrijven erop waarom of waarvoor de conciërge dit hartje of deze medaille verdient.
  • Daarna plakken ze de hartjes (of de medailles) op elkaar met daartussen het uiteinde van een touwtje.
  • Het andere uiteinde wordt aan het fietswiel, de tak of de lampenkap gebonden.
  • Het geheel wordt opgehangen in (of in de buurt van) de werkplek van de conciërges gehangen.

We zijn erg benieuwd hoe de verschillende scholen de ‘Dag van de Conciërge’ vormgeven. Stuur ons foto’s, filmpjes en andere leuke ideeën. Laat het weten op https://dagvandeconcierge.nl/

Een eerbetoon en een oproep om de dag van de conciërge op gepaste manier te gaan vieren op 8 februari 2022. In deze korte docu wordt duidelijk hoe belangrijk conciërges zijn wanneer het gaat om sociale veiligheid en welbevinden op scholen.

Spellen om de sociale veiligheid in de klas te bevorderen: